zaterdag 8 augustus 2026

Rosa miniature


Een miniatuurroos (Rosa miniature) is een compacte, laagblijvende rozensoort die meestal niet hoger wordt dan 30 tot 40 centimeter. Ondanks hun kleine formaat zijn deze vaste planten verrassend winterhard en bloeien ze zeer rijk en onophoudelijk van het voorjaar tot de eerste nachtvorst. Ze zijn ideaal voor potten op het terras of balkon, als randbeplanting in borders of als bodembedekker.
De groeihoogte is meestal tussen de 30 en 40 centimeter, met uitzondering van micro-mini's (15-20 cm) of zeldzame klimmende minirozen. De bloeiperiode is zeer langdurig, vaak non-stop van mei/juni tot aan de eerste nachtvorst in het najaar. De winterhardheid is uitstekend. Omdat ze vaak op eigen wortel worden gekweekt (en niet geënt), herstellen ze zich snel na een strenge winter. 

Ze verlangen een plek in de volle zon met voldoende windcirculatie om schimmelziekten te voorkomen. Plant ze in vruchtbare, goed doorlatende grond. Gebruik speciale rozenmest in het vroege voorjaar voor een rijke bloei. Snoei miniatuurrozen in maart. Knip de takjes terug tot zo'n 3 tot 5 ogen (groeipuntjes) boven de grond of dun de struik lichtjes uit. Knip uitgebloeide roosjes regelmatig weg om de aanmaak van nieuwe bloemknoppen te bevorderen.

Het vermeerderen van een miniatuurroos (Rosa) kan het beste via stengelstekken in de nazomer (eind augustus tot begin september). Dit is de meest succesvolle en eenvoudige methode omdat miniatuurrozen, in tegenstelling tot veel grote struikrozen, uitstekend op hun eigen wortels groeien. 
Zoek een gezonde, rechte stengel die dit jaar gegroeid is en net uitgebloeid is. Knip een stuk af van ongeveer 10 tot 15 centimeter lang. Snijd de onderkant met een scherp mesje schuin af, vlak onder een oog (een verdikking waar een blad uit groeit). Een schuine snede vergroot het oppervlak waar wortels kunnen ontstaan. Haal de bloemresten en alle bladeren van de onderste helft van de stengel weg. Laat bovenaan 2 tot 3 blaadjes zitten voor de fotosynthese. Doop de schuine onderkant kort in het stekpoeder en schud het overtollige poeder voorzichtig af.  Maak met een potlood of stokje een gaatje in de vochtige zaai- en stekgrond. Steek de stengel er tot de helft in en druk de grond rondom stevig aan. Dek het potje af met een plastic zakje om de luchtvochtigheid hoog te houden. Zet de pot op een warme plek met veel indirect licht, maar absoluut niet in de felle, directe zon.
Zodra de roos goed geworteld is, mag de plastic bescherming eraf en kan de miniatuurroos verpot worden naar een grotere pot met normale potgrond. 





 

donderdag 6 augustus 2026

Impatiens balfourii


Impatiens balfourii, in het Nederlands bekend als tweekleurig springzaad, is een eenjarige plant uit de balsemienfamilie (Balsaminaceae) die oorspronkelijk uit de Westelijke Himalaya (Kashmir) komt.  De plant staat bekend om zijn charmante tweekleurige bloemen en zijn explosieve manier van zaadverspreiding. Hoewel het een geliefde plant is in klassieke cottagetuinen, vertoont de soort in delen van Europa en Noord-Amerika invasieve neigingen.

De bloemen groeien in trossen en zijn typisch tweekleurig, met een witte bovenkant en een roze, paarse of lila onderkant. De bloembuis bevat vaak gele stipjes of honingmerken. De plant bereikt een hoogte van 40 tot 80 centimeter (soms tot 1 meter) en heeft gladde, vaak roodachtige stengels.  De eivormige tot lancetvormige bladeren hebben een gezaagde rand en staan, in tegenstelling tot de reuzenbalsemien, afwisselend langs de stengel. 

 Tweekleurig springzaad bloeit zeer langdurig, vanaf juli tot de eerste nachtvorst in de herfst. De plant gedijt het beste in de halfschaduw tot schaduw. Volle zon kan de bladeren verschroeien en de bloemkleur doen vervagen. De soort vereist een vochtige, humusrijke en goed doorlatende grond. Droogte wordt absoluut niet verdragen. 

Het is een strikte koudekiemer. Zaadjes die in het voorjaar bij kamertemperatuur worden gezaaid, zullen niet ontkiemen. Zaden van het springzaad kunnen het best in de wintermaanden voorgezaaid worden in bijvoorbeel de koude kas of gewoon in de volle grond, zoalng ze maar enige winterkou over hun bolleke krijgen.. 




 

Helenium ' Mardi Gras'


Helenium, in het Nederlands bekend als Zonnekruid, is een geslacht van rijkbloeiende vaste planten dat de nazomertuin opfrist met vurige herfstkleuren zoals rood, oranje en geel. Deze sterke planten bloeien van juli tot diep in de herfst en zijn een magneet voor bijen, vlinders en andere nuttige bestuivers.
De ' Madri gras' is een compactere variant die een bonte mix van gele en oranje 'vlammen' laat zien. Helenium eist een plek in de volle zon. Hoe meer zon de plant krijgt, hoe rijker en intenser de bloei zal zijn. De plant groeit het best in voedzame, vochthoudende maar goed doorlatende grond. Ze haten uitdrogen, dus geef extra water tijdens droge zomerweken. 

Hoge varianten (sommige worden wel 120 cm) kunnen door harde wind of zware regen omvallen. Plant ze tussen stevige muren of gebruik plantensteunen.   Knip uitgebloeide bloemen regelmatig weg om de aanmaak van nieuwe bloemknoppen te stimuleren. Knip de plant in het vroege voorjaar helemaal terug tot net boven de grond. 

Het oogsten van Helenium (zonnekruid) zaden doe je in de herfst (oktober-november) zodra de bloemhoofdjes bruin, dor en helemaal droog zijn aan de plant. Knip de uitgebloeide hoofden op een droge middag af, wrijf ze fijn boven een bakje of zeef om de kleine zaadjes te scheiden, en bewaar ze droog en donker. Stop de droge zaden in een papieren zakje of een schone, kleine glazen pot. Zet het zakje of potje op een koele, donkere en droge plek (zoals een schuur of koele slaapkamer) tot het volgende voorjaar. 

Helenium-cultivars (hybriden) komen uit zaad vaak niet exact hetzelfde terug als de moederplant. Wil je dat wel, dan zul je de plant op een gegeven moeten delen om te vermeerderen. 





 

woensdag 5 augustus 2026

Alchemilla mollis


Alchemilla mollis, in het Nederlands bekend als Fraaie vrouwenmantel, is een van de meest populaire en sterke vaste planten voor de tuin. Deze plant uit de rozenfamilie (Rosaceae) staat bekend om haar decoratieve bladeren en fijne, geelgroene bloemen.

 De ronde, waaiervormige bladeren zijn zacht behaard. Hierdoor blijven regendruppels en dauw als glinsterende parels op het blad liggen. Van mei tot augustus bloeit de plant met een wolk van subtiele, chartreuse (geelgroene) bloemen. :De plant wordt zo'n 30 tot 50 centimeter hoog en breidt zich goed uit in de breedte. Dit maakt haar een uitstekende bodembedekker. De plant is volledig winterhard. In zachte winters blijft het blad deels groen, bij strenge vorst sterft het af om in het voorjaar snel weer uit te lopen.

Vrouwenmantel is erg flexibel en groeit in de volle zon, halfschaduw en schaduw. In de schaduw bloeit de plant wel iets minder uitbundig. Ze gedijt op vrijwel elke grondsoort, maar geeft de voorkeur aan een normale tot licht vochtige, humusrijke bodem. 

Knip na de eerste bloei (vaak in juli) de uitgebloeide bloemstengels en het oude blad helemaal terug tot vlak boven de grond. Na het terugsnoeien produceert de plant snel weer fris, nieuw blad en volgt er vaak een bescheiden tweede bloei in augustus of september. Vrouwenmantel zaait zichzelf heel gemakkelijk uit. Door de bloemen direct na de bloei af te knippen, voorkom je dat de zaden rijpen en de plant door de hele tuin gaat woekeren.

Het oogsten van zaden van de Alchemilla mollis (vrouwenmantel) doe je in de midzomer (juli-augustus) zodra de bloemschermen bruin en droog worden. Knip de bruine bloemstengels af op een droge middag, schud of wrijf de kleine zaadjes boven een schaal los, en laat ze goed drogen.   Doe de droge zaden in een papieren zakje of een afgesloten glazen potje. Bewaar ze koel, donker en droog.  Vrouwenmantel is een koudekiemer, zaaien doen we dus van september tot november. Met de huidige klimaatontwikkelingen zou ik zelf pas in oktober met zaaien beginnen.  Zaaien doe je buiten in potjes of meteen in de volle grond. 




 

Cosmos bipinnatus


Cosmos bipinnatus is een populaire, eenjarige zomerbloeier die geliefd is om zijn vrolijke, margrietachtige bloemen en fijne, varenachtige groene bladeren. De plant is oorspronkelijk afkomstig uit Midden-Amerika, groeit zeer snel en bloeit onafgebroken van juni tot aan de eerste nachtvorst in de herfst. Bovendien is het een uitstekende plukbloem en een magneet voor nuttige insecten.

Het geeft maandenlang kleur van juni tot september of oktober. Tinten van wit, roze, karmijnrood en soms zachtgeel. Varieert per soort van compacte varianten (ca. 30-50 cm) tot hoge borderplanten (tot wel 1 meter of hoger).

Arme tot matig voedzame, goed doorlatende grond. Te veel voeding zorgt voor veel blad maar weinig bloemen. Alleen water geven bij langdurige droogte. Cosmea kan goed tegen warmte. Knip uitgebloeide bloemen regelmatig weg tot net boven het eerste blad. Dit stimuleert de aanmaak van nieuwe bloemknoppen.


 

Callisia repens


Callisia repens ook wel bekend als de schildpadplant of vitamineplant.  Callisia repens, is een compacte, snelgroeiende vetplantachtige kamerplant. De plant kenmerkt zich door honderden kleine, vlezige blaadjes aan kruipende of hangende stengels. Naast een decoratieve kamerplant is de biologische variant erg populair als gezonde, veilige snack voor huisdieren zoals schildpadden, baardagamen, vogels en knaagdieren.

Veel indirect licht. Te veel direct zonlicht verbrandt het blad, maar te weinig licht zorgt dat de stengels 'ietelig' en kaal worden. De roze varianten behouden hun kleur het best bij veel helder licht.
 Houd de grond constant lichtvochtig, maar voorkom dat de wortels in het water blijven staan (wortelrot). Geef bij voorkeur water via een schotel (onderaf) om te voorkomen dat de dichte mat van bladeren gaat schimmelen.

De plant groeit erg snel. Wordt de bovenkant kaal of de onderkant te lang? Knip de stengels gerust terug. Je kunt de afgeknipte stengels direct in de vochtige grond steken om ze te stekken.
De plant kan goed tegen normale kamertemperaturen, maar houdt van een frisse, vochtige omgeving. Bij zeer droge lucht in huis kun je de plant heel licht nevelen met een plantenspuit. Pas op met te nat sproeien, dit kan o.a. voor schimmel zorgen of de tere blaadjes gaan smetten. 





 

maandag 3 augustus 2026

Chrysanthemum indicum ' Citronella'


De Chrysanthemum indicum 'Citronella' (herfstchrysant) is een winterharde, rijkbloeiende vaste plant die uw tuin van september tot november opvrolijkt met zacht citroengele bloemen. In tegenstelling tot eenjarige bolchrysanten is deze tuinchrysant een betrouwbare vaste plant die ieder jaar groter en voller terugkomt.

De bloeiperiode is van september tot november. De bloemkleur is citroengeel, madeliefachtig of dubbel. De hoogte is tussen de 40 en 60 cm.  Goed winterhard (tot -15°C).
Volle zon tot lichte halfschaduw. Veel zon stimuleert een rijke knopaanmaak.  Voedzame, goed doorlatende maar licht vochthoudende grond. De plant houdt absoluut niet van natte voeten in de winter. 

 Knip de plant niet in het najaar af. De dode takken beschermen de plant tegen de vorst. Knip de plant in het vroege voorjaar (maart) pas helemaal terug tot net boven de grond.  Voor een extra compacte struik en meer bloemknoppen kunt u de jonge stengels in het late voorjaar (mei/juni) een stukje inkorten. Geef tijdens droge zomermaanden regelmatig water aan de voet van de plant.  Hoewel de plant winterhard is, kan een mulchlaag van herfstbladeren bij strenge vorst nuttig zijn. Staat de plant in een pot? Bescherm de pot dan tegen bevriezing en extreme regen.




 

Hydrangea paniculata ' Limelight'


Hydrangea paniculata ook wel bekend als de pluimhortensia. De Hydrangea paniculata is een zeer populaire en sterke borderplant die bloeit met grote, kegelvormige bloempluimen. In tegenstelling tot de gewone boerenhortensia kan de pluimhortensia uitstekend tegen de volle zon en bloeit hij altijd op eenjarig hout.

Hydrangea paniculata 'Limelight': De meest bekende variant. De stevige pluimen beginnen limoengroen, kleuren naar wit en eindigen in het najaar met een lichtroze gloed. Volle zon tot halfschaduw. Hoe meer zon de plant krijgt, hoe rijker de bloei. Juli tot en met oktober. De bloemkoppen blijven ook in de winter decoratief aan de plant zitten.  Zeer goed winterhard en bladverliezend. De grondsoort het liefst humusrijk, vochthoudend en goed doorlatend. In tegenstelling tot de boerenhortensia heeft de zuurgraad van de bodem geen invloed op de bloemkleur.

 Snoei de pluimhortensia elk voorjaar in maart. Knip alle takken gerust terug tot zo'n 20 à 30 centimeter boven de grond. Omdat de plant bloeit op hout dat in hetzelfde jaar groeit, geeft hij daarna weer grote, krachtige bloemen. Geef tijdens warme en droge zomermaanden regelmatig extra water aan de voet van de plant.






Het stekken van een Hydrangea paniculata 'Limelight' (pluimhortensia) doe je het best in de zomer tussen juni en september. Knip een gezond, niet-bloeiend takje van 10-15 cm af, verwijder de onderste bladeren, doop de onderkant in stekpoeder en zet het in vochtige stekgrond onder een plastic zakje voor extra luchtvochtigheid.

Selecteer een jonge, gezonde scheut die geen bloemknop heeft. Een takje dat al enigszins stevig (halfverhout) is, werkt het best.  Knip een stuk van 10 tot 15 centimeter af. Doe dit schuin net onder een knop (oog) waar het blad aan de stengel zit.  Haal de onderste bladeren weg en laat alleen het bovenste paar bladeren zitten. Knip de helft van deze overgebleven bladeren af om te veel verdamping te voorkomen. Dip de onderkant van de stek in stekpoeder. Maak een gat in een potje met arme stek- en zaaigrond, plaats de stek hierin en druk de grond zachtjes aan.  Zet een doorzichtige plastic zak of een glas over de pot om de luchtvochtigheid hoog te houden. Zet de pot op een lichte plek, maar niet in de volle zon. Na 3 tot 4 weken ontstaan de eerste wortels. 




 

zondag 2 augustus 2026

Tigridia pavonia


De tijgerbloem is een opvallende, exotische zomerbloeier die oorspronkelijk uit Mexico en Midden-Amerika komt. De plant behoort tot de lissenfamilie (Iridaceae) en staat bekend om haar felle, contrasterende kleuren en de karakteristieke tijgerprint in het hart van de bloem.

 De bloemen verschijnen van juli tot oktober. en individuele bloem bloeit slechts één dag. Gelukkig maakt de plant constant nieuwe knoppen aan, waardoor je wekenlang bloemen hebt. Verkrijgbaar in wit, geel, roze, rood en oranje, altijd met het gespikkelde 'tijgerhart'. 

 De plant wordt gemiddeld 40 tot 60 centimeter hoog. De tijgerbloem houdt van een warme, zonnige plek. Hoe meer zon, hoe rijker de bloei. Plant de bollen in goed doorlatende, humusrijke grond. Te natte grond in de winter veroorzaakt rot. Plant de bollen in het voorjaar (april of mei), zodra de kans op nachtvorst voorbij is. Plant ze ongeveer 8 tot 10 centimeter diep. 

De bollen zijn niet volledig winterhard. Haal ze in het najaar (na de eerste nachtvorst) uit de grond, laat ze drogen en bewaar ze vorstvrij. In milde winters met droge grond overleven ze soms buiten met een dikke laag stro.
Tijgerbloemen zijn uitstekend geschikt voor borders en groeien ook perfect in potten of plantenbakken op het terras of balkon. Plant ze bij voorkeur in groepen voor het mooiste, meest kleurrijke effect.




 

Wat te doen in Augustus?


Gazon : Maai regelmatig, sproei bij droogte, steek onkruid uit en geef mest. 

Bomen en struiken : Houd de grond rond bomen en struiken goed vochtig. Snoei lavendelstruiken na de bloei. Snoei de blauweregen terug. 

Rozen : Snoei ramblerrozen na de bloei terug. 

Vaste planten : Laat ze nooit uitdrogen, vooral niet de najaarsbloeiers zoals herfstasters, guldenroede en zonnekruid. Verwijder alle uitgebloeide bloemen die niet nodig zijn voor zaadproduktie. 

Eenjarige planten : Verwijder uitgebloeide bloemen. Geef water. 

Tweejarige planten : Verwijder uitgebloeide bloemen en planten en geef volop water. 

Bollen : plant krokussen zodra ze te koop zijn; plant bollen die eerder plaats moesten maken voor eenjarige planten daar waar ze uiteindelijk moeten komen.  Ga door met het verwijderen van dode bloemen uit dahlia's en bind ze op, ' pluis' de erwtgrote bloemknoppen op zijscheuten. 

Fruit : Snoei perzikbomen na de bloei en snoei vervangende scheuten iets terug. Plant nieuwe aardbeiplanten en plant uitlopers van oude aardbeiplanten. Ga door met het terugsnoeien tot net boven de gornd van uitgebloeide frambozenstruiken; bind nieuw schot op en strooi mest rond de plant. Snoei zwarte bessen terug. 

Groenten : Maak de grond tijdens het oogste direcht in orde voor een nieuwe ronde. Je kunt nog sla, radijs, spinazie en meiknolletjes zaaien. Zaai uien en wortelen ( later afdekken met tunnels). Zaai begin augustus chinese kool, paksoi, rucola en veldsla. Geef spruitkool mest. Begin met het rooien van de late aardappelen. 


 

Rosa miniature

Een miniatuurroos (Rosa miniature) is een compacte, laagblijvende rozensoort die meestal niet hoger wordt dan 30 tot 40 centimeter. Ondanks ...