maandag 31 augustus 2026

Wat te doen in September ?


Gazon : Zaai nieuw gazon voor het koude weer invalt. Zaai kale plekken opnieuw in. Belucht en bemest bestaande gazons. Maai met de messen op halve hoogte.

Bomen en Struiken :  Plant of verplant alle soorten groenblijvende en struiken behalve coniferen. Controleer de klimplante en of jonge bomen nog goed in de grond zitten. 

Rozen : Verwijder uitgebloeide bloemen en snoei alle dode scheuten weg. Bind nieuwe scheuten van klimrozen op. 

Vaste Planten : Verwijder alle uitgebloeide bloemen en snoei alle dode scheuten weg. Plant jonge winterharde anjers. 

Eenjarige planten : Verwijdere eenjarige  planten die uitgebloeid zijn. 

Tweejarige Planten :  Plant tweejarige planten uit die in afzonderlijke bedden zijn opgekweekt. 

Bollen : Plant voorjaarsbloeiers zoals narcissen, anemomen, scilla's, blauwe druifjes lissen, tulpen etc. Pot bollen binnen op zoals speciaal daarvoor geschikte hyacinten, narcissen en tulpen om in de winter wat meer kleur te geven. Geef dahlia's in droge perioden water. 

Fruit : Maak de grond in orde voor het planten van vruchtbomen en struiken in de winter. Snoei al de secundaire groei van appels en peren weg. Snoei dood hout terug van de zoete kers en kort getopte scheuten verder in. 

Groenten : Zaai veldsla en zomeruien. Oogst de uien en laat ze onder glas afrijpen.  Pluk sperciebonen en pronkbonen. Aard de selderij nogmaals aan. Geef prei nogmaals mest. Stimuleer de rijping van de laatste tomaten door blad te verwijderen

Keukenkruiden : Plant wijnruit en tijm in d evolle grond en zaaiengelwortel en lavas. Zaai eenjarig bonekruid onder glas. 


 

zondag 30 augustus 2026

Taxus


De Taxus (in het Nederlands ook wel de venijnboom genoemd) is een zeer populaire, traag groeiende en wintergroene conifeer. Dankzij de compacte structuur en donkergroene naalden is deze plant uitermate geschikt voor het vormen van strakke hagen en vormsnoei.

 Behoudt het hele jaar door zijn intens donkergroene kleur.  Groeit gemiddeld 15 tot 20 centimeter per jaar, waardoor hij gemakkelijk in model te houden is.   Kan, in tegenstelling tot veel andere coniferen, tot op het kale hout worden teruggesnoeid en loopt daarna gewoon weer uit.   Alle delen van de plant (naalden, schors, zaad) zijn extreem giftig voor mens en dier, met uitzondering van het rode vruchtvlees van de schijnbessen.

De beste periode is tussen september en april, mits het niet vriest of extreem warm is. Groeit goed in zowel de volle zon, halfschaduw als diepe schaduw. Vereist een goed doorlatende grond. De taxus heeft een grote hekel aan 'natte voeten'; langdurig drassige grond veroorzaakt wortelrot.  Minimaal één à twee keer per jaar snoeien (bij voorkeur in mei/juni en september) houdt de haag mooi compact.


 

vrijdag 28 augustus 2026

Chamaecyparis lawsoniana


De Chamaecyparis lawsoniana ook wel bekend als de Californische cipres of lawsoncipres, is een populaire, wintergroene conifeer die in Europa veelvuldig wordt aangeplant als haagplant of solitaire sierboom.

De boom heeft een smalle, kegelvormige groeiwijze met dichte, geschubde twijgen die vaak een aangename, harsachtige geur afgeven bij kneuzing. Afhankelijk van de cultivar varieert de kleur van diepgroen en heldergeel tot opvallend staalblauw. Zeer geschikt voor dichte, privacybiedende hagen omdat de plant goed bestand is tegen snoei en vorst.

De plant verlangt een goed doorlatende, humusrijke en bij voorkeur licht zure grond. Ze houden absoluut niet van langdurig natte voeten (wortelrot). Gedijt het beste in de volle zon tot halfschaduw. Goudgele varianten krijgen in de volle zon de meest intense kleur. Snoei de haag twee keer per jaar (mei/juni en augustus/september). Let op: Snoei coniferen nooit terug tot op het oude, kale hout, want daar lopen ze niet meer op uit.


 

donderdag 27 augustus 2026

Thuja occidentalis


Thuja occidentalis, in het Nederlands bekend als de westerse levensboom, is een compacte, groenblijvende conifeer uit de cipresfamilie (Cupressaceae) die zeer populair is als haagplant.
 
Behoudt het hele jaar door zijn compacte, schubachtige bladeren, wat zorgt voor constante privacy in de tuin. De bladeren verspreiden een karakteristieke, frisse fruit- of appelachtige geur wanneer ze worden gekneusd.  Groeit van nature in een kegelvorm en leent zich uitstekend voor strakke snoei. Let op, alle delen van de plant (met name het hout en de bladeren) bevatten thujon en zijn giftig bij inname door mens en dier.

Heeft de voorkeur aan een vochtige, goed waterdoorlatende en humusrijke grond. Zure tot kalkrijke bodems worden goed verdragen. Heeft de voorkeur aan een plek in de volle zon tot lichte schaduw. Voor een strakke vorm en compacte groei is het aan te raden de plant tweemaal per jaar te snoeien (in mei/juni en september). Snoei nooit terug tot op het kale hout, want de plant loopt daar niet meer uit.


 

dinsdag 25 augustus 2026

Festuca glauca


Festuca glauca ook wel bekend als blauw schapengras. Blauw schapengras ook wel blauw zwenkgras genoemd, is een compact, wintergroen en zeer populair siergras dat opvalt door zijn intens blauwgrijze sprieten. Het is een sterke, makkelijke plant die jaarrond kleur geeft aan borders, rotstuinen en bloempotten. 

 Vormt compacte, bolvormige pollen van fijne, naaldachtige blauwgrijze bladeren. Wordt gemiddeld zo'n 20 tot 40 centimeter hoog.  In mei en juni verschijnen er subtiele, strogele tot zilvergrijze bloempluimen boven het gras. Zeer sterk en winterhard tot wel -20°C. De plant behoudt in de winter zijn kleur.

 Bij voorkeur in de volle zon. Hoe zonniger de plant staat, hoe intenser de blauwe kleur van het blad wordt. In de schaduw verliest hij zijn kleur en kwijnt hij langzaam weg. : Staat graag in arme, droge en schrale grond (zoals zandgrond). Een goed doorlatende bodem is essentieel; de plant heeft een hekel aan natte voeten, omdat de wortels dan snel gaan rotten. 

 Heeft na het aanslaan nauwelijks extra water nodig en is zeer goed bestand tegen droogte.  Kort afknippen is meestal niet nodig en kan kale plekken veroorzaken. Het is beter om in het vroege voorjaar (maart) de plant 'uit te kammen'. Dit doe je door met de hand (draag handschoenen) of een kleine hark de dode, bruine sprieten er zachtjes tussenuit te trekken. 
 
Na een aantal jaar kan het hart van de plant bruin of dof worden. Je kunt de plant in het voorjaar opgraven, in stukken delen (scheuren) en de jonge, buitenste delen opnieuw planten om de groeikracht terug te brengen


 

zondag 23 augustus 2026

Sedum 'Purple Emperor'


Sedum 'Purple Emperor' (ook bekend als Hylotelephium) is een populaire, prijswinnende vaste plant die bekendstaat om zijn opvallende, donkerpaarse bladeren en contrasterende roze bloemschermen. Het is een extreem sterke, droogtetolerante vetplant die perfect past in borders, rotstuinen of potten. 
De plant heeft donkerpaars tot bijna zwart blad met stevige, donkere stengels. Grote schermen met zachtroze tot robijnrode bloemen van augustus tot oktober. Wordt ongeveer 40 tot 50 centimeter hoog.  Zeer aantrekkelijk voor bijen en vlinders in de nazomer. 

 Volle zon. Hoe meer zon, hoe donkerder het blad kleurt.  Goed doorlatende, bij voorkeur arme tot matig vruchtbare grond. Te rijke grond maakt de stengels slap. Weinig water nodig; verdraagt droogte uitstekend dankzij het dikke, vochtopslagende blad.  Knip de uitgebloeide bloemstengels pas in het vroege voorjaar (maart) helemaal terug tot vlak boven de grond. De droge bloemschermen geven in de winter namelijk een prachtig silhouet in de tuin, zeker met een laagje rijp of sneeuw.

Je kunt Sedum 'Purple Emperor' (hemelsleutel) het beste vermeerderen door de plant te scheuren (delen) in het voorjaar of door stengelstekken te nemen in de vroege zomer.  Scheuren kan het beste in maart/ april,net wanneer de eerste paarse neuzen boven de grond komen. Graaf de hele wortelkluit van de Sedum voorzichtig uit met een spa. Schud de overtollige grond weg zodat de wortels goed zichtbaar zijn. Steek of snijd de kluit met een scherp mes in twee of drie gelijke delen. Zorg dat elk deel gezonde wortels en minstens één groeivorm (scheut) heeft. Plant de losse delen direct terug in de tuin of in een pot met goed doorlatende grond. Geef de eerste weken regelmatig water tot de wortels gesetteld zijn.

Stengelstekken neem je het beste in de late lente of vroege zomer. Daarbij moet je denken aan mei/ juni. Snijd een gezonde, niet-bloeiende stengel af van ongeveer 10 tot 15 centimeter lang. Haal de onderste bladeren weg, zodat de onderste helft van de stengel kaal is. Laat de stek één dag op een droge plek liggen zodat de snijwond kan indrogen (dit voorkomt rot). Steek de stengel voor de helft in een potje met een mix van potgrond en zand. Houd de grond licht vochtig. Binnen enkele weken ontstaan er nieuwe wortels.

Een nog andere manier is bladstekken. Sedum is zo sterk dat zelfs een los blaadje kan uitgroeien tot een nieuwe plant. Dit duurt wel aanzienlijk langer dan methode 1 en 2. Dit kan van juni tot en met augustus. Pluk voorzichtig een groot, gezond paars blad van de stengel. Zorg dat het blad heel blijft bij de aanhechting. Laat het blad een paar dagen drogen tot er een vliesje over de wond zit.  Leg het blad plat op vochtige stekgrond of steek de onderkant heel lichtjes in de grond. Zet het potje op een lichte plek, maar uit de felle zon. Na een tijdje verschijnen er kleine worteltjes en een mini-plantje aan de basis.


 

Sedum 'Herbstfreude'


Sedum 'Herbstfreude' ook wel hemelsleutel of vetkruid genoemd, is een  sterke, vaste vetplant die van juli tot oktober bloeit. De bloemen beginnen lichtroze, worden donkerrood en kleuren in de herfst diep koperbruin. De plant wordt 40 tot 60 cm hoog en trekt veel vlinders aan.
Het blad is dik, vlezig, grijsgroen blad dat water opslaat (succulent). De standplaats volle zon tot lichte halfschaduw.  De grondsoort goed doorlatend, mag gerust arme of droge zandgrond zijn.

Het unieke aan de 'Herbstfreude' is dat de plant in elk seizoen decoratieve waarde heeft.  In het voorjaar frisse, vlezige groene rozetten komen net boven de grond uit. in de zomer grote, bloemknoppen die lijken op groene bloemkooltjes. In het najaar de bloemschermen kleuren prachtig roze tot warm steenrood. In de winter uitgebloeide, droge bruine bloemschermen blijven stevig rechtop staan en geven structuur aan de wintertuin, prachtig met een laagje rijp of sneeuw.

Ze hebben zeer weinig water nodig. Alleen bij extreme, aanhoudende droogte na het aanplanten. Knip de oude, verdorde stengels pas in het vroege voorjaar (maart) helemaal tot aan de grond af. Groeit je Sedum te hoog of valt hij in de zomer open? Knip dan eind mei de stengels met een derde terug. Dit zorgt voor een compactere plant met iets kleinere, maar meer bloemen. Zeer eenvoudig te delen in het voorjaar, of te vermeerderen via stengelstekken.

Scheuren is de meest makkelijke manier van vermeerderen. Dit is de snelste methode voor direct volle, nieuwe planten. Het verjongt bovendien de oudere moederplant.  In het vroege voorjaar (maart/april), net voordat de plant begint uit te lopen. Dit kan eventueel ook in het najaar. Graaf de volgroeide Sedum met een spade voorzichtig uit de grond.  Schud de overtollige aarde van de wortelkluit. Snijd of steek de kluit met een scherp mes of een spade in twee of drie gelijke delen. Zorg dat elk deel gezonde wortels en groeiknoppen heeft.  Plant de losse delen direct terug in de tuin of in een pot en geef eenmalig water.

Een andere manier is stengelstekken. Wil je in één keer veel nieuwe planten maken? Dan is stengelstekken ideaal.  Debeste tijd daarvoor is  in het voorjaar of de vroege zomer (mei/juni). Knip een gezonde, niet-bloeiende stengel af van zo'n 10 tot 15 centimeter lang. Haal de onderste bladeren van de stengel af, zodat er een kaal stuk stengel ontstaat.  Laat de stek een paar dagen op een droge plek liggen zodat de snijwond kan indrogen (dit voorkomt rotten).  Steek de stengel in een potje met goed doorlatende potgrond of stekgrond gemengd met wat zand.  Houd de grond licht vochtig. Binnen enkele weken ontstaan er nieuwe wortels. 

Sedum houdt niet van natte voeten. Gebruik altijd goed doorlatende grond. Zet je nieuwe stekken of gedeelde planten op een zonnige plek in de tuin.  Geef na het planten water, maar wees daarna matig. Te veel vocht veroorzaakt wortelrot.


 

vrijdag 21 augustus 2026

Chamaedorea elegans


Chamaedorea elegans ook wel bekend als de Mexicaanse bergpalm.   De Chamaedorea elegans  is een van de meest populaire en makkelijkste kamerplanten ter wereld. Deze compacte palm groeit oorspronkelijk in de regenwouden van Mexico en Guatemala en is perfect geschikt voor beginners vanwege zijn sterke overlevingskracht.

Halfschaduw tot indirect zonlicht. Vermijd direct zonlicht om bladverbranding te voorkomen. Houd de grond licht vochtig. Geef pas water als de bovenste laag aarde droog aanvoelt. Gemiddeld tot hoog. Besproei de bladeren regelmatig om droge bruine punten te voorkomen.  Ideaal is tussen de 18°C en 24°C. Laat de temperatuur niet onder de 12°C zakken.

 Filtert schadelijke stoffen effectief uit de binnenlucht. Blijft lang compact en past daardoor perfect op bureaus of vensterbanken. Overleeft probleemloos op plekken met minder licht of een lagere luchtvochtigheid. 

Chamaedorea elegans (bergpalm) kun je thuis niet stekken in water of blad, omdat de palm geen uitlopers of stengelstekken vormt. De enige praktische manier om deze plant te vermeerderen is door de wortelkluit te delen tijdens het verpotten in het voorjaar.


 

dinsdag 18 augustus 2026

Phytolacca acinosa


Phytolacca acinosa (bekend als de Oosterse karmozijnbes of Indische karmozijnbes) is een krachtige, overblijvende kruidachtige plant uit de karmozijnbesfamilie (Phytolaccaceae). De plant is oorspronkelijk afkomstig uit Oost-Azië en het Himalayagebied, maar is in Europa grotendeels ingeburgerd en verwilderd.Hoewel de plant een opvallende verschijning is in siertuinen en stedelijk groen, is voorzichtigheid geboden: de volgroeide plantdelen, zaden en wortels zijn zeer giftig voor mens en dier.

Een bossige, robuuste plant die 1 tot 2 meter hoog kan worden met dikke, vlezige wortels en vaak roodachtige stengels.  Bloeit van juni tot augustus met groenwitte tot zuiver witte bloemen in compacte, rechtopstaande trossen.  De vruchten rijpen naar glanzend zwart-purper. Kenmerkend voor de Oosterse soort is dat de bessen bestaan uit acht diep ingesneden, losse segmenten (vruchtbeginsels). De trossen blijven bovendien altijd strak rechtop staan. 

Vogels eten de bessen graag en verspreiden de zaden via hun uitwerpselen, waardoor de plant gemakkelijk verwildert. Hij groeit goed op vrijwel elke voedselrijke, vochtige grond in zowel zon als halfschaduw


 

zondag 16 augustus 2026

Helianthus annuus


Helianthus annuus is de wetenschappelijke naam voor de gewone zonnebloem, een bekende eenjarige plant uit de composietenfamilie (Asteraceae). De plant staat wereldwijd bekend om zijn gigantische, felgele bloemhoofden en zijn unieke eigenschap om met de zon mee te draaien (heliotropisme).
De groeihoogte is meestal  tussen de 1,5 en 3,5 meter hoog. De bloeitijd is van Juli tot en met oktober. Het bloemhoofd bestaat uit honderden kleine individuele bloempjes.  Jonge knoppen draaien overdag van oost naar west. Trekt massa's bijen, hommels en vogels aan. Populaire achtergrondplant en snijbloem voor borders.

De Helianthus annuus (zonnebloem) heeft minimaal 6 tot 8 uur volle zon per dag nodig en een beschutte standplaats. Geef matig tot veel water (vooral in droge periodes), maar zorg dat de grond goed doorlatend is om wortelrot te voorkomen. Voedzame grond en een tijdige ondersteuning met een stok voor hoge soorten zijn belangrijk. Bind hoge variëteiten op aan een stok zodra de bloemknoppen zwaar worden. Bescherm jonge plantjes in het voorjaar tegen vraat door slakken.

Helianthus annuus) te oogsten, wacht je tot de gele bloemblaadjes verdorren en de achterkant van de bloemkop geel of bruin kleurt. Snijd de bloemkop af met een stukje steel, hang hem ondersteboven te drogen in een droge en goed geventileerde ruimte, en wrijf de pitten er daarna gemakkelijk uit.  Laat de losse pitten nog kort na-drogen op een krant of schaal.  Bewaar de zaden koel, droog en donker in een papieren zak of afgesloten glazen pot.

 De gele blaadjes vallen af, de kop gaat zwaar hangen en de achterkant van de bloem verkleurt van groen naar geelbruin. Vogels zijn dol op de pitten. Dek de bloem eventueel af met een oude doek of papieren zak als je merkt dat ze worden opgepikt. 

Het succesvol zaaien van de zonnebloem (Helianthus annuus) kan vanaf eind maart binnen (voorzaaien) of vanaf half mei direct buiten in de volle grond. Zonnebloemen kiemen snel bij kamertemperatuur (binnen 1 tot 2 weken) en bloeien ongeveer 75 tot 100 dagen na het zaaien. 

Kies een standplaats met volledige zon (minimaal 6-8 uur zonlicht per dag) en goede beschutting tegen harde wind (bijvoorbeeld langs een schutting of muur). Maak de aarde goed los en verwijder onkruid. Gebruik voor potjes voedzame potgrond. Druk de zaden 1 tot 2 centimeter diep in de grond. Te diep zaaien kost te veel kiemkracht. Houd bij direct buiten zaaien een afstand van 30 tot 60 centimeter tussen de zaden, aangezien zonnebloemen breed worden. Zaai binnen 1 pitje per kweekpot. Houd de grond constant licht vochtig, maar niet drijfnat.

Voorgezaaide planten mogen vanaf half mei naar buiten. Plant ze niet dieper dan ze in hun potje stonden. Jonge zonnebloemplantjes zijn een delicatesse voor slakken; bescherm ze in het begin goed.
Zonnebloemen zijn erg kwetsbaar voor slakken. Bescherm ze door koperband rond de pot of stengel te plakken, biologische aaltjes of aaltjes tegen slakken te gebruiken, of een fysieke barrière van scherpe eierschalen en cacaodoppen te plaatsen. Zodra de plant een halve meter hoog is, is het gevaar meestal geweken.




 

Rosa ' Golden Gate'


De Rosa 'Golden Gate' is een krachtige, goudgele klimroos die bekendstaat om haar uitmuntende ziekteresistentie en heerlijke, fruitige geur. Grote, halfgevulde tot gevulde goudgele bloemen die in trossen bloeien. Naarmate de bloem rijpt, verkleurt het geel iets zachter. De geur is Intens en opvallend fruitig (citrusachtig).

Zeer krachtige, opgaande groei. De plant bereikt gemakkelijk een hoogte van 250 tot 300 centimeter. Het blad is middengroen, glanzend en buitengewoon resistent tegen typische rozenziekten zoals meeldauw en sterroetdauw. De roos is doorbloeiend, je geniet van de vroege zomer tot diep in het najaar van nieuwe bloemen.

Deze roos houdt van een zonnige standplaats (minimaal 4 uur zon per dag voor uitbundige bloei)., in humusrijke, goed doorlatende grond. Geef in droge periodes regelmatig water bij de wortels, snoei in maart de zijtakken kort en bemest tweemaal per jaar voor een rijke bloei.

Knip uitgebloeide bloemen tot aan het eerste blad weg; dit stimuleert de plant om nieuwe knoppen te maken. Laat de hoofdtakken die het juiste geraamte vormen met rust. Snoei de zijtakken van de hoofdtakken terug tot op ongeveer 3 tot 5 ogen (knoppen) vanaf de hoofdtak.


 

Origanum vulgare


Wilde marjolein is een meerjarige kruidachtige plant uit de muntfamilie, beter bekend in de keuken als oregano. Deze aromatische plant is inheems in Europa en wordt zeer gewaardeerd als culinaire specerij en als aantrekker van bestuivers zoals bijen en vlinders.

Bekend als oregano, essentieel in de Italiaanse en Griekse keuken voor pizza en pasta. Wordt meestal tussen de 30 en 60 centimeter hoog. Bloeit van juli tot september met roze tot paarse bloemschermen. Houdt van een zonnige, droge en kalkrijke bodem.

De plant is winterhard en vermeerdert zich gemakkelijk via wortelstokken of zaad. Je kunt de blaadjes zowel vers als gedroogd gebruiken; gedroogde wilde marjolein heeft vaak zelfs een intensere smaak dan de verse variant.

Oogst de zaden in de  herfst (september-oktober), wanneer de bloemen zijn uitgebloeid en de zaadjes bruin en droog aan de plant hangen. Kies een droge ochtend nadat de dauw is verdwenen. 
Laat de bloemen na de zomer helemaal uitbloeien tot ze bruin en dor worden. Snijd de droge bloemstanden af op een droge dag. Wrijf de bloemhoofdjes tussen je handen boven een bakje of schud de stengels uit. Verwijder het vuil tussen de zaadjes met eventueel een fijne zeef. 

Stop de zaden in een papieren zakje of een afgesloten glazen potje. Zet het potje op een droge, donkere plek in huis. De zaden zijn daarna nog drie te gebruiken. Wil je niet gaan zaaien dan kun je ook gaan stekken.

Stekken doe je in de vroege zomer (juni) door een kopstek van circa 15 cm te snijden. Zet het stekje in een mengsel van zand en turf, houd de grond vochtig en dek het af met geperforeerd plastic tot het is ingeworteld. Scheuren (delen) in het voorjaar is echter een stuk makkelijker en slaagt bijna altijd.
Een andere mogelijkheid is de plant op te graven in het voorjaar of najaar en de plant te splitsen.  Trek of steek de wortelkluit in twee of meer stukken (gebruik eventueel twee tuinvorken met de ruggen naar elkaar). :Gooi het oudste middelste deel weg en plant de jonge buitenste delen direct op een zonnige plek in de tuin of in een pot







 

zaterdag 15 augustus 2026

Pilea peperomioides


De pannenkoekplant (Pilea peperomioides) is een zeer populaire en makkelijke kamerplant met opvallende, ronde bladeren die lijken op kleine pannenkoekjes. Deze van oorsprong Chinese plant groeit snel en maakt heel eenvoudig zelf nieuwe stekjes aan.

Zet de plant op een lichte plek, maar vermijd direct zonlicht om bladverbranding te voorkomen. Geef pas water als de bovenste laag van de potgrond droog aanvoelt. De plant houdt niet van natte voeten. Gebruik goed doorlatende potgrond, eventueel gemengd met een beetje perliet. Snijd de miniatuurplantjes (baby's) die uit de grond omhoogschieten af en zet ze in het water tot ze wortels krijgen.

Pilea peperomioides) stekken is heel eenvoudig. Snijd een babyplantje (pup) van minstens 5 cm los van de moederplant met een schoon mes. Zet het stekje in een glas water tot er wortels groeien, of plant het direct in de potgrond als het al eigen wortels heeft.Zorg dat de blaadjes het water niet raken.   Zet het glas op een lichte plek zonder direct zonlicht. Na enkele weken zie je goede wortels groeien. Plant het stekje in verse potgrond zodra de wortels een paar centimeter lang zijn.

Een pannenkoekplant (Pilea peperomioides) verzorgen is heel makkelijk. Geef de plant één keer per week een scheutje water. Draai de pot wekelijks een kwartslag voor een rechte groei. Geef in de lente en de zomer eens per maand vloeibare plantenvoeding.


 

woensdag 12 augustus 2026

Convolvulus tricolor


De Convolvulus tricolor (beter bekend als de dagschone of driekleurige winde) is een vrolijke, eenjarige zomerbloeier uit de windefamilie (Convolvulaceae). De plant staat bekend om zijn opvallende, trechtervormige bloemen die drie verschillende kleuren hebben: een geel hart, een witte tussenring en een buitenrand die meestal intens blauw, paars of roze is. Een bijzonder kenmerk is dat de bloemen 's nachts en bij bewolkt weer sluiten en zich overdag in het zonlicht weer openen.

 Compacte plant van circa 20 tot 40 centimeter hoog.  Rijke en langdurige bloei van juni tot in september. icht kruipend of laag klimmend. Ideaal voor borders, rotstuinen en bloempotten. Zeer aantrekkelijk voor bijen en vlinders. 

 Volle zon op een warme, beschutte plek. Lichte, goed doorlatende en magere (zand)grond. Matig water geven zodra de grond gedeeltelijk opdroogt. Voorkom natte voeten.  Binnen voorzaaien vanaf maart, of vanaf eind april tot mei direct buiten in de volle grond zaaien.


 

dinsdag 11 augustus 2026

Rosa ' Landora'


De Rosa 'Landora' (ook bekend als 'Sunblest') is een van de meest populaire en betrouwbare grootbloemige gele theehybride-rozen ter wereld. Deze roos werd in 1970 in Duitsland geïntroduceerd door de bekende veronaamde rozenkweker Mathias Tantau. De soort staat bekend om haar opvallende, diepgele bloemen die prachtig contrasteren met het glanzende, donkergroene blad.

Grote, goedgevulde bloemen met een klassieke, hooggevulde vorm. De intense citroen- tot goudgele kleur blijft uitzonderlijk goed behouden, zelfs na langdurige blootstelling aan fel zonlicht. Zeer rijke en doorbloeiende roos. De hoofdbloei vindt plaats in juni en juli, waarna er tot aan de eerste vorst herhaaldelijk nieuwe bloemgolven ontstaan (mits uitgebloeide bloemen worden weggeknipt).

 De bloemen hebben een lichte tot milde, subtiele geur. Afhankelijk van de kweekvariant groeit de 'Landora' als een opgaande struik van 90 tot 130 cm hoog. Ze is echter ook erg populair als stamroos of gekweekt als klimroos (die tot wel een paar meter hoog kan worden geleid tegen een schutting of pergola). Dankzij de stevige, lange stelen is deze roos uitstekend geschikt als snijbloem voor in vazen. Daarnaast doet ze het perfect in borders, bloembedden of grote plantenpotten op het terras. 

 Plant de roos op een plek met volle zon. Hoe meer zonlicht de plant krijgt, des te rijker en uitbundiger de bloei zal zijn.  Ze verkiest een vruchtbare, humusrijke en goed doorlatende grond.  Geef in het vroege voorjaar (maart/april) een specifieke organische rozenmeststof. Bemest na de eerste hoofdbloei in juli nog een keer licht bij om de nabloei te stimuleren.  Snoei de struik jaarlijks in maart, zodra de kans op strenge overdagvorst voorbij is. Knip dode of zwakke takken volledig weg en kort de gezonde takken in tot op zo'n 3 tot 5 'ogen' (groeiknoppen) vanaf de basis.





 

maandag 10 augustus 2026

Schefflera arboricola


De Schefflera arboricola in het Nederlands ook wel bekend als de Vingerplant, is een uiterst populaire, sterke en decoratieve kamerplant. De plant dankt zijn Engelse naam, Umbrella Plant, aan de karakteristieke bladeren die in een kringetje aan de stengel groeien en sprekend op een klein parapluutje lijken.

De groene variant hebben diepgroene, egale bladeren en groeien compacter. Zij kunnen over het algemeen iets beter tegen een schaduwrijke plek. De plant staat het liefst op een lichte standplaats met veel indirect zonlicht. Pas op met te veel felle middagzon, want dit kan het blad verbranden. Te weinig licht zorgt voor bladuitval of het verdwijnen van de bonte kleur. 

Geef matig water. De grond mag tussen de gietbeurten door licht opdrogen. In de winter verbruikt de plant aanzienlijk minder water dan in de zomer. Voorkom te allen tijde een laagje water onderin de pot, want dit veroorzaakt wortelrot. De Schefflera houdt van normale kamertemperaturen (tussen de 15°C en 24°C). Zorg dat de temperatuur 's nachts niet onder de 12°C zakt en vermijd koude tocht. Groeit de plant te hoog of raakt hij zijn vorm kwijt? Je kunt de Schefflera in het voorjaar eenvoudig terugsnoeien. Hierdoor vertakt de plant zich en krijgt hij een vollere structuur.  Let op, het sap van de Schefflera is licht giftig voor huisdieren en mensen. Het kan irritatie aan de huid of slijmvliezen veroorzaken bij inname of aanraking.

Het stekken van een Schefflera arboricola (Vingersboom) is heel eenvoudig en slaagt het beste in het voorjaar of de vroege zomer, wanneer de plant in zijn actieve groeifase zit. Dit kan zowel op water als direct in de potgrond. 

Maak een scherp mes of een snoeischaar grondig schoon met heet water en desinfectiemiddel of alcohol. Dit voorkomt dat er bacteriën of schimmels in de snijwond van de moederplant en de stek komen.

Kies een gezonde, niet-bloeiende stengel of een mooie top (kopstek) van minstens 10 tot 15 centimeter lang. Snijd de tak schuin af, vlak onder een bladuitloper (een knoop). Zorg dat de stek minimaal 2 tot 3 volgroeide bladeren heeft. 

Haal de onderste bladeren van de stengel af. Hierdoor verdampt de stek minder vocht en kan het kale stengeldeel straks gemakkelijk wortels gaan aanmaken zonder dat er bladeren gaan rotten in het water of de grond.

Zet de stengel in een glas of vaasje met lauw water. Zorg dat er geen bladeren onder water staan. Zet het glas op een warme, lichte plek zonder direct zonlicht en ververs het water regelmatig. Na een paar weken verschijnen de eerste wortels. Zodra deze minimaal 5 centimeter lang zijn, kun je de stek oppotten in normale potgrond.

 Doop het uiteinde eventueel in wat stekpoeder om het wortelen te stimuleren en schimmels te weren. Steek de stengel voor ongeveer een derde diep in een potje met vochtige, luchtige potgrond of stekgrond. Dek de pot af met een plastic zakje om een hoge luchtvochtigheid na te bootsen en houd de grond licht vochtig.








 

zaterdag 8 augustus 2026

Rosa miniature


Een miniatuurroos (Rosa miniature) is een compacte, laagblijvende rozensoort die meestal niet hoger wordt dan 30 tot 40 centimeter. Ondanks hun kleine formaat zijn deze vaste planten verrassend winterhard en bloeien ze zeer rijk en onophoudelijk van het voorjaar tot de eerste nachtvorst. Ze zijn ideaal voor potten op het terras of balkon, als randbeplanting in borders of als bodembedekker.
De groeihoogte is meestal tussen de 30 en 40 centimeter, met uitzondering van micro-mini's (15-20 cm) of zeldzame klimmende minirozen. De bloeiperiode is zeer langdurig, vaak non-stop van mei/juni tot aan de eerste nachtvorst in het najaar. De winterhardheid is uitstekend. Omdat ze vaak op eigen wortel worden gekweekt (en niet geënt), herstellen ze zich snel na een strenge winter. 

Ze verlangen een plek in de volle zon met voldoende windcirculatie om schimmelziekten te voorkomen. Plant ze in vruchtbare, goed doorlatende grond. Gebruik speciale rozenmest in het vroege voorjaar voor een rijke bloei. Snoei miniatuurrozen in maart. Knip de takjes terug tot zo'n 3 tot 5 ogen (groeipuntjes) boven de grond of dun de struik lichtjes uit. Knip uitgebloeide roosjes regelmatig weg om de aanmaak van nieuwe bloemknoppen te bevorderen.

Het vermeerderen van een miniatuurroos (Rosa) kan het beste via stengelstekken in de nazomer (eind augustus tot begin september). Dit is de meest succesvolle en eenvoudige methode omdat miniatuurrozen, in tegenstelling tot veel grote struikrozen, uitstekend op hun eigen wortels groeien. 
Zoek een gezonde, rechte stengel die dit jaar gegroeid is en net uitgebloeid is. Knip een stuk af van ongeveer 10 tot 15 centimeter lang. Snijd de onderkant met een scherp mesje schuin af, vlak onder een oog (een verdikking waar een blad uit groeit). Een schuine snede vergroot het oppervlak waar wortels kunnen ontstaan. Haal de bloemresten en alle bladeren van de onderste helft van de stengel weg. Laat bovenaan 2 tot 3 blaadjes zitten voor de fotosynthese. Doop de schuine onderkant kort in het stekpoeder en schud het overtollige poeder voorzichtig af.  Maak met een potlood of stokje een gaatje in de vochtige zaai- en stekgrond. Steek de stengel er tot de helft in en druk de grond rondom stevig aan. Dek het potje af met een plastic zakje om de luchtvochtigheid hoog te houden. Zet de pot op een warme plek met veel indirect licht, maar absoluut niet in de felle, directe zon.
Zodra de roos goed geworteld is, mag de plastic bescherming eraf en kan de miniatuurroos verpot worden naar een grotere pot met normale potgrond. 





 

donderdag 6 augustus 2026

Impatiens balfourii


Impatiens balfourii, in het Nederlands bekend als tweekleurig springzaad, is een eenjarige plant uit de balsemienfamilie (Balsaminaceae) die oorspronkelijk uit de Westelijke Himalaya (Kashmir) komt.  De plant staat bekend om zijn charmante tweekleurige bloemen en zijn explosieve manier van zaadverspreiding. Hoewel het een geliefde plant is in klassieke cottagetuinen, vertoont de soort in delen van Europa en Noord-Amerika invasieve neigingen.

De bloemen groeien in trossen en zijn typisch tweekleurig, met een witte bovenkant en een roze, paarse of lila onderkant. De bloembuis bevat vaak gele stipjes of honingmerken. De plant bereikt een hoogte van 40 tot 80 centimeter (soms tot 1 meter) en heeft gladde, vaak roodachtige stengels.  De eivormige tot lancetvormige bladeren hebben een gezaagde rand en staan, in tegenstelling tot de reuzenbalsemien, afwisselend langs de stengel. 

 Tweekleurig springzaad bloeit zeer langdurig, vanaf juli tot de eerste nachtvorst in de herfst. De plant gedijt het beste in de halfschaduw tot schaduw. Volle zon kan de bladeren verschroeien en de bloemkleur doen vervagen. De soort vereist een vochtige, humusrijke en goed doorlatende grond. Droogte wordt absoluut niet verdragen. 

Het is een strikte koudekiemer. Zaadjes die in het voorjaar bij kamertemperatuur worden gezaaid, zullen niet ontkiemen. Zaden van het springzaad kunnen het best in de wintermaanden voorgezaaid worden in bijvoorbeel de koude kas of gewoon in de volle grond, zoalng ze maar enige winterkou over hun bolleke krijgen.. 




 

Helenium ' Mardi Gras'


Helenium, in het Nederlands bekend als Zonnekruid, is een geslacht van rijkbloeiende vaste planten dat de nazomertuin opfrist met vurige herfstkleuren zoals rood, oranje en geel. Deze sterke planten bloeien van juli tot diep in de herfst en zijn een magneet voor bijen, vlinders en andere nuttige bestuivers.
De ' Madri gras' is een compactere variant die een bonte mix van gele en oranje 'vlammen' laat zien. Helenium eist een plek in de volle zon. Hoe meer zon de plant krijgt, hoe rijker en intenser de bloei zal zijn. De plant groeit het best in voedzame, vochthoudende maar goed doorlatende grond. Ze haten uitdrogen, dus geef extra water tijdens droge zomerweken. 

Hoge varianten (sommige worden wel 120 cm) kunnen door harde wind of zware regen omvallen. Plant ze tussen stevige muren of gebruik plantensteunen.   Knip uitgebloeide bloemen regelmatig weg om de aanmaak van nieuwe bloemknoppen te stimuleren. Knip de plant in het vroege voorjaar helemaal terug tot net boven de grond. 

Het oogsten van Helenium (zonnekruid) zaden doe je in de herfst (oktober-november) zodra de bloemhoofdjes bruin, dor en helemaal droog zijn aan de plant. Knip de uitgebloeide hoofden op een droge middag af, wrijf ze fijn boven een bakje of zeef om de kleine zaadjes te scheiden, en bewaar ze droog en donker. Stop de droge zaden in een papieren zakje of een schone, kleine glazen pot. Zet het zakje of potje op een koele, donkere en droge plek (zoals een schuur of koele slaapkamer) tot het volgende voorjaar. 

Helenium-cultivars (hybriden) komen uit zaad vaak niet exact hetzelfde terug als de moederplant. Wil je dat wel, dan zul je de plant op een gegeven moeten delen om te vermeerderen. 





 

woensdag 5 augustus 2026

Alchemilla mollis


Alchemilla mollis, in het Nederlands bekend als Fraaie vrouwenmantel, is een van de meest populaire en sterke vaste planten voor de tuin. Deze plant uit de rozenfamilie (Rosaceae) staat bekend om haar decoratieve bladeren en fijne, geelgroene bloemen.

 De ronde, waaiervormige bladeren zijn zacht behaard. Hierdoor blijven regendruppels en dauw als glinsterende parels op het blad liggen. Van mei tot augustus bloeit de plant met een wolk van subtiele, chartreuse (geelgroene) bloemen. :De plant wordt zo'n 30 tot 50 centimeter hoog en breidt zich goed uit in de breedte. Dit maakt haar een uitstekende bodembedekker. De plant is volledig winterhard. In zachte winters blijft het blad deels groen, bij strenge vorst sterft het af om in het voorjaar snel weer uit te lopen.

Vrouwenmantel is erg flexibel en groeit in de volle zon, halfschaduw en schaduw. In de schaduw bloeit de plant wel iets minder uitbundig. Ze gedijt op vrijwel elke grondsoort, maar geeft de voorkeur aan een normale tot licht vochtige, humusrijke bodem. 

Knip na de eerste bloei (vaak in juli) de uitgebloeide bloemstengels en het oude blad helemaal terug tot vlak boven de grond. Na het terugsnoeien produceert de plant snel weer fris, nieuw blad en volgt er vaak een bescheiden tweede bloei in augustus of september. Vrouwenmantel zaait zichzelf heel gemakkelijk uit. Door de bloemen direct na de bloei af te knippen, voorkom je dat de zaden rijpen en de plant door de hele tuin gaat woekeren.

Het oogsten van zaden van de Alchemilla mollis (vrouwenmantel) doe je in de midzomer (juli-augustus) zodra de bloemschermen bruin en droog worden. Knip de bruine bloemstengels af op een droge middag, schud of wrijf de kleine zaadjes boven een schaal los, en laat ze goed drogen.   Doe de droge zaden in een papieren zakje of een afgesloten glazen potje. Bewaar ze koel, donker en droog.  Vrouwenmantel is een koudekiemer, zaaien doen we dus van september tot november. Met de huidige klimaatontwikkelingen zou ik zelf pas in oktober met zaaien beginnen.  Zaaien doe je buiten in potjes of meteen in de volle grond. 




 

Cosmos bipinnatus


Cosmos bipinnatus is een populaire, eenjarige zomerbloeier die geliefd is om zijn vrolijke, margrietachtige bloemen en fijne, varenachtige groene bladeren. De plant is oorspronkelijk afkomstig uit Midden-Amerika, groeit zeer snel en bloeit onafgebroken van juni tot aan de eerste nachtvorst in de herfst. Bovendien is het een uitstekende plukbloem en een magneet voor nuttige insecten.

Het geeft maandenlang kleur van juni tot september of oktober. Tinten van wit, roze, karmijnrood en soms zachtgeel. Varieert per soort van compacte varianten (ca. 30-50 cm) tot hoge borderplanten (tot wel 1 meter of hoger).

Arme tot matig voedzame, goed doorlatende grond. Te veel voeding zorgt voor veel blad maar weinig bloemen. Alleen water geven bij langdurige droogte. Cosmea kan goed tegen warmte. Knip uitgebloeide bloemen regelmatig weg tot net boven het eerste blad. Dit stimuleert de aanmaak van nieuwe bloemknoppen.


 

Callisia repens


Callisia repens ook wel bekend als de schildpadplant of vitamineplant.  Callisia repens, is een compacte, snelgroeiende vetplantachtige kamerplant. De plant kenmerkt zich door honderden kleine, vlezige blaadjes aan kruipende of hangende stengels. Naast een decoratieve kamerplant is de biologische variant erg populair als gezonde, veilige snack voor huisdieren zoals schildpadden, baardagamen, vogels en knaagdieren.

Veel indirect licht. Te veel direct zonlicht verbrandt het blad, maar te weinig licht zorgt dat de stengels 'ietelig' en kaal worden. De roze varianten behouden hun kleur het best bij veel helder licht.
 Houd de grond constant lichtvochtig, maar voorkom dat de wortels in het water blijven staan (wortelrot). Geef bij voorkeur water via een schotel (onderaf) om te voorkomen dat de dichte mat van bladeren gaat schimmelen.

De plant groeit erg snel. Wordt de bovenkant kaal of de onderkant te lang? Knip de stengels gerust terug. Je kunt de afgeknipte stengels direct in de vochtige grond steken om ze te stekken.
De plant kan goed tegen normale kamertemperaturen, maar houdt van een frisse, vochtige omgeving. Bij zeer droge lucht in huis kun je de plant heel licht nevelen met een plantenspuit. Pas op met te nat sproeien, dit kan o.a. voor schimmel zorgen of de tere blaadjes gaan smetten. 





 

maandag 3 augustus 2026

Chrysanthemum indicum ' Citronella'


De Chrysanthemum indicum 'Citronella' (herfstchrysant) is een winterharde, rijkbloeiende vaste plant die uw tuin van september tot november opvrolijkt met zacht citroengele bloemen. In tegenstelling tot eenjarige bolchrysanten is deze tuinchrysant een betrouwbare vaste plant die ieder jaar groter en voller terugkomt.

De bloeiperiode is van september tot november. De bloemkleur is citroengeel, madeliefachtig of dubbel. De hoogte is tussen de 40 en 60 cm.  Goed winterhard (tot -15°C).
Volle zon tot lichte halfschaduw. Veel zon stimuleert een rijke knopaanmaak.  Voedzame, goed doorlatende maar licht vochthoudende grond. De plant houdt absoluut niet van natte voeten in de winter. 

 Knip de plant niet in het najaar af. De dode takken beschermen de plant tegen de vorst. Knip de plant in het vroege voorjaar (maart) pas helemaal terug tot net boven de grond.  Voor een extra compacte struik en meer bloemknoppen kunt u de jonge stengels in het late voorjaar (mei/juni) een stukje inkorten. Geef tijdens droge zomermaanden regelmatig water aan de voet van de plant.  Hoewel de plant winterhard is, kan een mulchlaag van herfstbladeren bij strenge vorst nuttig zijn. Staat de plant in een pot? Bescherm de pot dan tegen bevriezing en extreme regen.




 

Hydrangea paniculata ' Limelight'


Hydrangea paniculata ook wel bekend als de pluimhortensia. De Hydrangea paniculata is een zeer populaire en sterke borderplant die bloeit met grote, kegelvormige bloempluimen. In tegenstelling tot de gewone boerenhortensia kan de pluimhortensia uitstekend tegen de volle zon en bloeit hij altijd op eenjarig hout.

Hydrangea paniculata 'Limelight': De meest bekende variant. De stevige pluimen beginnen limoengroen, kleuren naar wit en eindigen in het najaar met een lichtroze gloed. Volle zon tot halfschaduw. Hoe meer zon de plant krijgt, hoe rijker de bloei. Juli tot en met oktober. De bloemkoppen blijven ook in de winter decoratief aan de plant zitten.  Zeer goed winterhard en bladverliezend. De grondsoort het liefst humusrijk, vochthoudend en goed doorlatend. In tegenstelling tot de boerenhortensia heeft de zuurgraad van de bodem geen invloed op de bloemkleur.

 Snoei de pluimhortensia elk voorjaar in maart. Knip alle takken gerust terug tot zo'n 20 à 30 centimeter boven de grond. Omdat de plant bloeit op hout dat in hetzelfde jaar groeit, geeft hij daarna weer grote, krachtige bloemen. Geef tijdens warme en droge zomermaanden regelmatig extra water aan de voet van de plant.






Het stekken van een Hydrangea paniculata 'Limelight' (pluimhortensia) doe je het best in de zomer tussen juni en september. Knip een gezond, niet-bloeiend takje van 10-15 cm af, verwijder de onderste bladeren, doop de onderkant in stekpoeder en zet het in vochtige stekgrond onder een plastic zakje voor extra luchtvochtigheid.

Selecteer een jonge, gezonde scheut die geen bloemknop heeft. Een takje dat al enigszins stevig (halfverhout) is, werkt het best.  Knip een stuk van 10 tot 15 centimeter af. Doe dit schuin net onder een knop (oog) waar het blad aan de stengel zit.  Haal de onderste bladeren weg en laat alleen het bovenste paar bladeren zitten. Knip de helft van deze overgebleven bladeren af om te veel verdamping te voorkomen. Dip de onderkant van de stek in stekpoeder. Maak een gat in een potje met arme stek- en zaaigrond, plaats de stek hierin en druk de grond zachtjes aan.  Zet een doorzichtige plastic zak of een glas over de pot om de luchtvochtigheid hoog te houden. Zet de pot op een lichte plek, maar niet in de volle zon. Na 3 tot 4 weken ontstaan de eerste wortels. 




 

zondag 2 augustus 2026

Tigridia pavonia


De tijgerbloem is een opvallende, exotische zomerbloeier die oorspronkelijk uit Mexico en Midden-Amerika komt. De plant behoort tot de lissenfamilie (Iridaceae) en staat bekend om haar felle, contrasterende kleuren en de karakteristieke tijgerprint in het hart van de bloem.

 De bloemen verschijnen van juli tot oktober. en individuele bloem bloeit slechts één dag. Gelukkig maakt de plant constant nieuwe knoppen aan, waardoor je wekenlang bloemen hebt. Verkrijgbaar in wit, geel, roze, rood en oranje, altijd met het gespikkelde 'tijgerhart'. 

 De plant wordt gemiddeld 40 tot 60 centimeter hoog. De tijgerbloem houdt van een warme, zonnige plek. Hoe meer zon, hoe rijker de bloei. Plant de bollen in goed doorlatende, humusrijke grond. Te natte grond in de winter veroorzaakt rot. Plant de bollen in het voorjaar (april of mei), zodra de kans op nachtvorst voorbij is. Plant ze ongeveer 8 tot 10 centimeter diep. 

De bollen zijn niet volledig winterhard. Haal ze in het najaar (na de eerste nachtvorst) uit de grond, laat ze drogen en bewaar ze vorstvrij. In milde winters met droge grond overleven ze soms buiten met een dikke laag stro.
Tijgerbloemen zijn uitstekend geschikt voor borders en groeien ook perfect in potten of plantenbakken op het terras of balkon. Plant ze bij voorkeur in groepen voor het mooiste, meest kleurrijke effect.




 

Wat te doen in Augustus?


Gazon : Maai regelmatig, sproei bij droogte, steek onkruid uit en geef mest. 

Bomen en struiken : Houd de grond rond bomen en struiken goed vochtig. Snoei lavendelstruiken na de bloei. Snoei de blauweregen terug. 

Rozen : Snoei ramblerrozen na de bloei terug. 

Vaste planten : Laat ze nooit uitdrogen, vooral niet de najaarsbloeiers zoals herfstasters, guldenroede en zonnekruid. Verwijder alle uitgebloeide bloemen die niet nodig zijn voor zaadproduktie. 

Eenjarige planten : Verwijder uitgebloeide bloemen. Geef water. 

Tweejarige planten : Verwijder uitgebloeide bloemen en planten en geef volop water. 

Bollen : plant krokussen zodra ze te koop zijn; plant bollen die eerder plaats moesten maken voor eenjarige planten daar waar ze uiteindelijk moeten komen.  Ga door met het verwijderen van dode bloemen uit dahlia's en bind ze op, ' pluis' de erwtgrote bloemknoppen op zijscheuten. 

Fruit : Snoei perzikbomen na de bloei en snoei vervangende scheuten iets terug. Plant nieuwe aardbeiplanten en plant uitlopers van oude aardbeiplanten. Ga door met het terugsnoeien tot net boven de gornd van uitgebloeide frambozenstruiken; bind nieuw schot op en strooi mest rond de plant. Snoei zwarte bessen terug. 

Groenten : Maak de grond tijdens het oogste direcht in orde voor een nieuwe ronde. Je kunt nog sla, radijs, spinazie en meiknolletjes zaaien. Zaai uien en wortelen ( later afdekken met tunnels). Zaai begin augustus chinese kool, paksoi, rucola en veldsla. Geef spruitkool mest. Begin met het rooien van de late aardappelen. 


 

Gladiolus callianthus

Gladiolus callianthus, beter bekend als de Abessijnse gladiool of Acidanthera murielae, is een elegante, zomerbloeiende knolplant uit de lis...