maandag 10 augustus 2026

Schefflera arboricola


De Schefflera arboricola in het Nederlands ook wel bekend als de Vingerplant, is een uiterst populaire, sterke en decoratieve kamerplant. De plant dankt zijn Engelse naam, Umbrella Plant, aan de karakteristieke bladeren die in een kringetje aan de stengel groeien en sprekend op een klein parapluutje lijken.

De groene variant hebben diepgroene, egale bladeren en groeien compacter. Zij kunnen over het algemeen iets beter tegen een schaduwrijke plek. De plant staat het liefst op een lichte standplaats met veel indirect zonlicht. Pas op met te veel felle middagzon, want dit kan het blad verbranden. Te weinig licht zorgt voor bladuitval of het verdwijnen van de bonte kleur. 

Geef matig water. De grond mag tussen de gietbeurten door licht opdrogen. In de winter verbruikt de plant aanzienlijk minder water dan in de zomer. Voorkom te allen tijde een laagje water onderin de pot, want dit veroorzaakt wortelrot. De Schefflera houdt van normale kamertemperaturen (tussen de 15°C en 24°C). Zorg dat de temperatuur 's nachts niet onder de 12°C zakt en vermijd koude tocht. Groeit de plant te hoog of raakt hij zijn vorm kwijt? Je kunt de Schefflera in het voorjaar eenvoudig terugsnoeien. Hierdoor vertakt de plant zich en krijgt hij een vollere structuur.  Let op, het sap van de Schefflera is licht giftig voor huisdieren en mensen. Het kan irritatie aan de huid of slijmvliezen veroorzaken bij inname of aanraking.

Het stekken van een Schefflera arboricola (Vingersboom) is heel eenvoudig en slaagt het beste in het voorjaar of de vroege zomer, wanneer de plant in zijn actieve groeifase zit. Dit kan zowel op water als direct in de potgrond. 

Maak een scherp mes of een snoeischaar grondig schoon met heet water en desinfectiemiddel of alcohol. Dit voorkomt dat er bacteriën of schimmels in de snijwond van de moederplant en de stek komen.

Kies een gezonde, niet-bloeiende stengel of een mooie top (kopstek) van minstens 10 tot 15 centimeter lang. Snijd de tak schuin af, vlak onder een bladuitloper (een knoop). Zorg dat de stek minimaal 2 tot 3 volgroeide bladeren heeft. 

Haal de onderste bladeren van de stengel af. Hierdoor verdampt de stek minder vocht en kan het kale stengeldeel straks gemakkelijk wortels gaan aanmaken zonder dat er bladeren gaan rotten in het water of de grond.

Zet de stengel in een glas of vaasje met lauw water. Zorg dat er geen bladeren onder water staan. Zet het glas op een warme, lichte plek zonder direct zonlicht en ververs het water regelmatig. Na een paar weken verschijnen de eerste wortels. Zodra deze minimaal 5 centimeter lang zijn, kun je de stek oppotten in normale potgrond.

 Doop het uiteinde eventueel in wat stekpoeder om het wortelen te stimuleren en schimmels te weren. Steek de stengel voor ongeveer een derde diep in een potje met vochtige, luchtige potgrond of stekgrond. Dek de pot af met een plastic zakje om een hoge luchtvochtigheid na te bootsen en houd de grond licht vochtig.








 

zaterdag 8 augustus 2026

Rosa miniature


Een miniatuurroos (Rosa miniature) is een compacte, laagblijvende rozensoort die meestal niet hoger wordt dan 30 tot 40 centimeter. Ondanks hun kleine formaat zijn deze vaste planten verrassend winterhard en bloeien ze zeer rijk en onophoudelijk van het voorjaar tot de eerste nachtvorst. Ze zijn ideaal voor potten op het terras of balkon, als randbeplanting in borders of als bodembedekker.
De groeihoogte is meestal tussen de 30 en 40 centimeter, met uitzondering van micro-mini's (15-20 cm) of zeldzame klimmende minirozen. De bloeiperiode is zeer langdurig, vaak non-stop van mei/juni tot aan de eerste nachtvorst in het najaar. De winterhardheid is uitstekend. Omdat ze vaak op eigen wortel worden gekweekt (en niet geënt), herstellen ze zich snel na een strenge winter. 

Ze verlangen een plek in de volle zon met voldoende windcirculatie om schimmelziekten te voorkomen. Plant ze in vruchtbare, goed doorlatende grond. Gebruik speciale rozenmest in het vroege voorjaar voor een rijke bloei. Snoei miniatuurrozen in maart. Knip de takjes terug tot zo'n 3 tot 5 ogen (groeipuntjes) boven de grond of dun de struik lichtjes uit. Knip uitgebloeide roosjes regelmatig weg om de aanmaak van nieuwe bloemknoppen te bevorderen.

Het vermeerderen van een miniatuurroos (Rosa) kan het beste via stengelstekken in de nazomer (eind augustus tot begin september). Dit is de meest succesvolle en eenvoudige methode omdat miniatuurrozen, in tegenstelling tot veel grote struikrozen, uitstekend op hun eigen wortels groeien. 
Zoek een gezonde, rechte stengel die dit jaar gegroeid is en net uitgebloeid is. Knip een stuk af van ongeveer 10 tot 15 centimeter lang. Snijd de onderkant met een scherp mesje schuin af, vlak onder een oog (een verdikking waar een blad uit groeit). Een schuine snede vergroot het oppervlak waar wortels kunnen ontstaan. Haal de bloemresten en alle bladeren van de onderste helft van de stengel weg. Laat bovenaan 2 tot 3 blaadjes zitten voor de fotosynthese. Doop de schuine onderkant kort in het stekpoeder en schud het overtollige poeder voorzichtig af.  Maak met een potlood of stokje een gaatje in de vochtige zaai- en stekgrond. Steek de stengel er tot de helft in en druk de grond rondom stevig aan. Dek het potje af met een plastic zakje om de luchtvochtigheid hoog te houden. Zet de pot op een warme plek met veel indirect licht, maar absoluut niet in de felle, directe zon.
Zodra de roos goed geworteld is, mag de plastic bescherming eraf en kan de miniatuurroos verpot worden naar een grotere pot met normale potgrond. 





 

donderdag 6 augustus 2026

Impatiens balfourii


Impatiens balfourii, in het Nederlands bekend als tweekleurig springzaad, is een eenjarige plant uit de balsemienfamilie (Balsaminaceae) die oorspronkelijk uit de Westelijke Himalaya (Kashmir) komt.  De plant staat bekend om zijn charmante tweekleurige bloemen en zijn explosieve manier van zaadverspreiding. Hoewel het een geliefde plant is in klassieke cottagetuinen, vertoont de soort in delen van Europa en Noord-Amerika invasieve neigingen.

De bloemen groeien in trossen en zijn typisch tweekleurig, met een witte bovenkant en een roze, paarse of lila onderkant. De bloembuis bevat vaak gele stipjes of honingmerken. De plant bereikt een hoogte van 40 tot 80 centimeter (soms tot 1 meter) en heeft gladde, vaak roodachtige stengels.  De eivormige tot lancetvormige bladeren hebben een gezaagde rand en staan, in tegenstelling tot de reuzenbalsemien, afwisselend langs de stengel. 

 Tweekleurig springzaad bloeit zeer langdurig, vanaf juli tot de eerste nachtvorst in de herfst. De plant gedijt het beste in de halfschaduw tot schaduw. Volle zon kan de bladeren verschroeien en de bloemkleur doen vervagen. De soort vereist een vochtige, humusrijke en goed doorlatende grond. Droogte wordt absoluut niet verdragen. 

Het is een strikte koudekiemer. Zaadjes die in het voorjaar bij kamertemperatuur worden gezaaid, zullen niet ontkiemen. Zaden van het springzaad kunnen het best in de wintermaanden voorgezaaid worden in bijvoorbeel de koude kas of gewoon in de volle grond, zoalng ze maar enige winterkou over hun bolleke krijgen.. 




 

Helenium ' Mardi Gras'


Helenium, in het Nederlands bekend als Zonnekruid, is een geslacht van rijkbloeiende vaste planten dat de nazomertuin opfrist met vurige herfstkleuren zoals rood, oranje en geel. Deze sterke planten bloeien van juli tot diep in de herfst en zijn een magneet voor bijen, vlinders en andere nuttige bestuivers.
De ' Madri gras' is een compactere variant die een bonte mix van gele en oranje 'vlammen' laat zien. Helenium eist een plek in de volle zon. Hoe meer zon de plant krijgt, hoe rijker en intenser de bloei zal zijn. De plant groeit het best in voedzame, vochthoudende maar goed doorlatende grond. Ze haten uitdrogen, dus geef extra water tijdens droge zomerweken. 

Hoge varianten (sommige worden wel 120 cm) kunnen door harde wind of zware regen omvallen. Plant ze tussen stevige muren of gebruik plantensteunen.   Knip uitgebloeide bloemen regelmatig weg om de aanmaak van nieuwe bloemknoppen te stimuleren. Knip de plant in het vroege voorjaar helemaal terug tot net boven de grond. 

Het oogsten van Helenium (zonnekruid) zaden doe je in de herfst (oktober-november) zodra de bloemhoofdjes bruin, dor en helemaal droog zijn aan de plant. Knip de uitgebloeide hoofden op een droge middag af, wrijf ze fijn boven een bakje of zeef om de kleine zaadjes te scheiden, en bewaar ze droog en donker. Stop de droge zaden in een papieren zakje of een schone, kleine glazen pot. Zet het zakje of potje op een koele, donkere en droge plek (zoals een schuur of koele slaapkamer) tot het volgende voorjaar. 

Helenium-cultivars (hybriden) komen uit zaad vaak niet exact hetzelfde terug als de moederplant. Wil je dat wel, dan zul je de plant op een gegeven moeten delen om te vermeerderen. 





 

woensdag 5 augustus 2026

Alchemilla mollis


Alchemilla mollis, in het Nederlands bekend als Fraaie vrouwenmantel, is een van de meest populaire en sterke vaste planten voor de tuin. Deze plant uit de rozenfamilie (Rosaceae) staat bekend om haar decoratieve bladeren en fijne, geelgroene bloemen.

 De ronde, waaiervormige bladeren zijn zacht behaard. Hierdoor blijven regendruppels en dauw als glinsterende parels op het blad liggen. Van mei tot augustus bloeit de plant met een wolk van subtiele, chartreuse (geelgroene) bloemen. :De plant wordt zo'n 30 tot 50 centimeter hoog en breidt zich goed uit in de breedte. Dit maakt haar een uitstekende bodembedekker. De plant is volledig winterhard. In zachte winters blijft het blad deels groen, bij strenge vorst sterft het af om in het voorjaar snel weer uit te lopen.

Vrouwenmantel is erg flexibel en groeit in de volle zon, halfschaduw en schaduw. In de schaduw bloeit de plant wel iets minder uitbundig. Ze gedijt op vrijwel elke grondsoort, maar geeft de voorkeur aan een normale tot licht vochtige, humusrijke bodem. 

Knip na de eerste bloei (vaak in juli) de uitgebloeide bloemstengels en het oude blad helemaal terug tot vlak boven de grond. Na het terugsnoeien produceert de plant snel weer fris, nieuw blad en volgt er vaak een bescheiden tweede bloei in augustus of september. Vrouwenmantel zaait zichzelf heel gemakkelijk uit. Door de bloemen direct na de bloei af te knippen, voorkom je dat de zaden rijpen en de plant door de hele tuin gaat woekeren.

Het oogsten van zaden van de Alchemilla mollis (vrouwenmantel) doe je in de midzomer (juli-augustus) zodra de bloemschermen bruin en droog worden. Knip de bruine bloemstengels af op een droge middag, schud of wrijf de kleine zaadjes boven een schaal los, en laat ze goed drogen.   Doe de droge zaden in een papieren zakje of een afgesloten glazen potje. Bewaar ze koel, donker en droog.  Vrouwenmantel is een koudekiemer, zaaien doen we dus van september tot november. Met de huidige klimaatontwikkelingen zou ik zelf pas in oktober met zaaien beginnen.  Zaaien doe je buiten in potjes of meteen in de volle grond. 




 

Cosmos bipinnatus


Cosmos bipinnatus is een populaire, eenjarige zomerbloeier die geliefd is om zijn vrolijke, margrietachtige bloemen en fijne, varenachtige groene bladeren. De plant is oorspronkelijk afkomstig uit Midden-Amerika, groeit zeer snel en bloeit onafgebroken van juni tot aan de eerste nachtvorst in de herfst. Bovendien is het een uitstekende plukbloem en een magneet voor nuttige insecten.

Het geeft maandenlang kleur van juni tot september of oktober. Tinten van wit, roze, karmijnrood en soms zachtgeel. Varieert per soort van compacte varianten (ca. 30-50 cm) tot hoge borderplanten (tot wel 1 meter of hoger).

Arme tot matig voedzame, goed doorlatende grond. Te veel voeding zorgt voor veel blad maar weinig bloemen. Alleen water geven bij langdurige droogte. Cosmea kan goed tegen warmte. Knip uitgebloeide bloemen regelmatig weg tot net boven het eerste blad. Dit stimuleert de aanmaak van nieuwe bloemknoppen.


 

Callisia repens


Callisia repens ook wel bekend als de schildpadplant of vitamineplant.  Callisia repens, is een compacte, snelgroeiende vetplantachtige kamerplant. De plant kenmerkt zich door honderden kleine, vlezige blaadjes aan kruipende of hangende stengels. Naast een decoratieve kamerplant is de biologische variant erg populair als gezonde, veilige snack voor huisdieren zoals schildpadden, baardagamen, vogels en knaagdieren.

Veel indirect licht. Te veel direct zonlicht verbrandt het blad, maar te weinig licht zorgt dat de stengels 'ietelig' en kaal worden. De roze varianten behouden hun kleur het best bij veel helder licht.
 Houd de grond constant lichtvochtig, maar voorkom dat de wortels in het water blijven staan (wortelrot). Geef bij voorkeur water via een schotel (onderaf) om te voorkomen dat de dichte mat van bladeren gaat schimmelen.

De plant groeit erg snel. Wordt de bovenkant kaal of de onderkant te lang? Knip de stengels gerust terug. Je kunt de afgeknipte stengels direct in de vochtige grond steken om ze te stekken.
De plant kan goed tegen normale kamertemperaturen, maar houdt van een frisse, vochtige omgeving. Bij zeer droge lucht in huis kun je de plant heel licht nevelen met een plantenspuit. Pas op met te nat sproeien, dit kan o.a. voor schimmel zorgen of de tere blaadjes gaan smetten. 





 

Schefflera arboricola

De Schefflera arboricola in het Nederlands ook wel bekend als de Vingerplant, is een uiterst populaire, sterke en decoratieve kamerplant. De...