De Schefflera arboricola in het Nederlands ook wel bekend als de Vingerplant, is een uiterst populaire, sterke en decoratieve kamerplant. De plant dankt zijn Engelse naam, Umbrella Plant, aan de karakteristieke bladeren die in een kringetje aan de stengel groeien en sprekend op een klein parapluutje lijken.
De groene variant hebben diepgroene, egale bladeren en groeien compacter. Zij kunnen over het algemeen iets beter tegen een schaduwrijke plek. De plant staat het liefst op een lichte standplaats met veel indirect zonlicht. Pas op met te veel felle middagzon, want dit kan het blad verbranden. Te weinig licht zorgt voor bladuitval of het verdwijnen van de bonte kleur.
Geef matig water. De grond mag tussen de gietbeurten door licht opdrogen. In de winter verbruikt de plant aanzienlijk minder water dan in de zomer. Voorkom te allen tijde een laagje water onderin de pot, want dit veroorzaakt wortelrot. De Schefflera houdt van normale kamertemperaturen (tussen de 15°C en 24°C). Zorg dat de temperatuur 's nachts niet onder de 12°C zakt en vermijd koude tocht. Groeit de plant te hoog of raakt hij zijn vorm kwijt? Je kunt de Schefflera in het voorjaar eenvoudig terugsnoeien. Hierdoor vertakt de plant zich en krijgt hij een vollere structuur. Let op, het sap van de Schefflera is licht giftig voor huisdieren en mensen. Het kan irritatie aan de huid of slijmvliezen veroorzaken bij inname of aanraking.
Het stekken van een Schefflera arboricola (Vingersboom) is heel eenvoudig en slaagt het beste in het voorjaar of de vroege zomer, wanneer de plant in zijn actieve groeifase zit. Dit kan zowel op water als direct in de potgrond.
Maak een scherp mes of een snoeischaar grondig schoon met heet water en desinfectiemiddel of alcohol. Dit voorkomt dat er bacteriën of schimmels in de snijwond van de moederplant en de stek komen.
Kies een gezonde, niet-bloeiende stengel of een mooie top (kopstek) van minstens 10 tot 15 centimeter lang. Snijd de tak schuin af, vlak onder een bladuitloper (een knoop). Zorg dat de stek minimaal 2 tot 3 volgroeide bladeren heeft.
Haal de onderste bladeren van de stengel af. Hierdoor verdampt de stek minder vocht en kan het kale stengeldeel straks gemakkelijk wortels gaan aanmaken zonder dat er bladeren gaan rotten in het water of de grond.
Zet de stengel in een glas of vaasje met lauw water. Zorg dat er geen bladeren onder water staan. Zet het glas op een warme, lichte plek zonder direct zonlicht en ververs het water regelmatig. Na een paar weken verschijnen de eerste wortels. Zodra deze minimaal 5 centimeter lang zijn, kun je de stek oppotten in normale potgrond.
Doop het uiteinde eventueel in wat stekpoeder om het wortelen te stimuleren en schimmels te weren. Steek de stengel voor ongeveer een derde diep in een potje met vochtige, luchtige potgrond of stekgrond. Dek de pot af met een plastic zakje om een hoge luchtvochtigheid na te bootsen en houd de grond licht vochtig.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten