Aubrieta, ook wel bekend als randjesbloem, is een bodembedekker. Je kunt het ook rotsplantjes noemen. De Aubrieta geeft al vroeg in het voorjaar felgekleurde bloemen. Ze zijn niet moeilijk te kweken.
Als echte rotsplanten hebben ze voorkeur voor een plek die zeer goed gedraineerd is. De bodem moet bij voorkeur kalk bevatten. De Aubrieta is op zich een sterke plant en ze kunnen een natte winter best overleven. Na de bloei terugknippen en van tijd tot tijd de plantjes opnemen, delen en herplanten.
Vermeerdering kan door delen en door het stekken van uitlopertjes. De aubrieta valt onder de vaste planten. Door de vroege bloei is deze soort waardevol voor insecten aan het begin van het seizoen.
Je kunt de Aubrieta zelf kweken. Zaai binnenshuis in maart-april bij ca. 18–20 °C en voldoende licht. Bedek de zaden niet of slechts heel licht; dit is een lichtkiemer. Houd de grond licht vochtig; kieming duurt meestal 2–3 weken. Verspenen doe je als de plantjes goed hanteerbaar zijn. De Aubrieta plant je uit met een tussenruimte van 25-30 cm. De Aubrieta zal het (voor)jaar na uitplanten gaan bloeien. Zaai je liever direct in de volle grond, dan kan dat van half mei tot juli.


Geen opmerkingen:
Een reactie posten