Planten hebben voor een gezonde groei voedingsstoffen nodig die in de bodem in ruime mate en in een bepaalde verhouding aanwezig moeten zijn. Door extra mest te geven, zijn gebreksziekten te voorkomen.
In een handjevol gezonde tuinaarde komen meer dan vier miljard levende organismen voor. Deze vlijtige helpers: algen, bacteriën, insecten, wormen; scheppen met elkaar de goede omstandigheden voor een vruchtbare bodem. Ze zorgen er namelijk voor dat de voedingsstoffen in voor de planten opneembare vorm beschikbaar zijn.
Onder natuurlijke omstandigheden heeft een bodem geen extra toevoegingen nodig; in een moestuin echter zijn er andere wetten. We oogsten twee of drie keer per jaar uit hetzelfde bed of plukken kilo's bessen van de struiken. We verwachten meer van de bodem dan hij kan leveren. Voortdurend worden er voedingsstoffen aan onttrokken, die wij steeds weer moeten aanvullen als we de vruchtbaarheid op peil willen houden. Deze verrijking van de bodem met voedingsstoffen voor planten noemen we bemesten.
Deze onontbeerlijke voedingsstoffen, vijf in getal, die opgelost in water voornamelijk door de wortels opgenomen worden, zijn stikstof, fosfor, kalium, calcium en magnesium. Een gezonde bodem bevat behalve deze hoofdelementen ook nog spoorelementen, die slechts in zeer kleine hoeveelheden nodig zijn, maar wel onmisbaar zijn voor de planten. Ijzer, koper, mangaan, boor, zink en molybdeen zijn bij uitstek belangrijk. Al deze voedingsstoffen moeten in een zeer bepaalde verhouding tot elkaar voorkomen, aangezien ze elkaars werking over en weer beïnvloeden.
Theoretisch gesproken zou het voldoende moeten zijn om de bodem regelmatig compost te geven en door voldoende bekalking het verzuren van de bodem tegen te gaan. Toch is het met deze methode meestal maar voor korte tijd mogelijk om goede resultaten te krijgen, want waarschijnlijk ontbreken er in de bodem al een of meer hoofdelementen.
Het is inderdaad zo dat gebreksziekten door het geven van organische materialen zoals compost voorkomen kunnen worden, maar het resultaat zal lang op zich laten wachten. Daarom is de ondersteuning van bodemorganismen door organische of minerale absoluut noodzakelijk om een goed resultaat met de tuin te kunnen boeken.
Iedere tuinier zou zich ten doel moeten stellen om zoveel mogelijk organische stof in zijn of haar tuin op te brengen, zodat er een natuurlijk evenwicht ontstaat. Als zich dan nog gebreksverschijnselen voordoen, worden deze met kunstmest verholpen.
Het voordeel van kunstmest, waarmee de voedingsstoffen de planten snel ter beschikking staan, wordt enigszins tenietgedaan door de nadelen: anorganische meststoffen verbeteren de structuur van de bodem niet; in het ergste geval kunnen ze zelfs de reserves aan organische materialen afbreken. In de loop van een aantal jaren verdwijnt het leven uit de bodem en levert de grond zonder een voortdurende kunstmestgift niets meer op.


Geen opmerkingen:
Een reactie posten