Lichtkiemers zijn zaden die licht nodig hebben om te ontkiemen en daarom niet (of slechts met een flinterdun laagje) met aarde bedekt mogen worden. U legt ze bovenop de zaaigrond en drukt ze licht aan voor contact. Belangrijke voorbeelden zijn sla, selderij, peterselie, basilicum en veel eenjarige bloemen zoals petunia's en cosmea.
Strooi de zaden op de aarde en bedek ze niet. Druk de zaden zachtjes aan, zodat ze goed contact maken met de vochtige grond. Houd de toplaag constant vochtig, bijvoorbeeld door te benevelen met een plantenspuit. Zorg dat ze op een lichte plek staan. Gebruik eventueel een zeer dun laagje vermiculiet of perliet om uitdrogen te voorkomen, maar dek ze niet af met donkere aarde.
Voorbeelden van lichtkiemers zijn: sla, selderij, bleekselderij, prei, knolvenkel, basilicum, peterselie, dille, oregano, tijm, rozemarijn, citroenmelisse, petunia, begonia, cosmea, korenbloem, ridderspoor, leeuwenbekje, zinnia.
Omdat lichtkiemers vaak kleine zaden zijn, hebben ze niet genoeg energie om door een dikke laag aarde naar het licht te groeien. Het licht activeert een pigment (fytochroom) in het zaadje dat het kiemproces start.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten