Narcissus of narcis is een zeer bekend en vooral sterk bolgewas, in het voorjaar bloeiend met overwegend gele bloemen. Veel soorten zijn zo sterk dat ze zich gemakkelijk handhaven en zich zelfs uitbreiden. Narcissen kunnen overal gebruikt worden; de kleine soorten doen het prima in rotstuinen en de robuuste soorten passen overal, in elke voorjaarstuin.
In narcissen zit de stof 'galanthamine', waarmee de ziekte van Alzheimer enigszins kan worden bestreden. Er is alleen al in Nederland een paar duizend hectare bestemd voor de medicijnteelt. Eet zelf geen narcisbollen, want zonder bewerking zijn ze goed giftig.
Narcissen houden van een diep losgewerkte, tijdens de groei voldoende vruchtbare tuingrond die veel humus bevat. De bollen moeten niet te laat geplant worden; half september tot half oktober is de meest perfecte tijd. De plantdiepte moet 2x bolhoogte bedragen. Bij zeer strenge vorst want 100% winterhard zijn de bollen niet. In de zomermaanden mag de standplaats droog zijn; dit bevordert de bloei. Staan ze op een plek die in de zomer vochtig is, haal dan de bollen na het afsterven van het loof uit de grond, bewaar ze droog en luchtig en plant ze weer in de herfst. Dit werkt positief op bloeiwijze. Als narcissen in het gazon worden gekweekt, mag het loof niet worden afgemaaid. Die moeten namelijk na de bloei voedsel opnemen voor de bloei van het volgende jaar. Het is aan te raden de narcissen tijdens de groei van het loof af en toe wat (vloeibare) mest te geven.
Vermeerderen gebeurt door in de rustperiode (augustus) broedbolletjes van de bol te nemen en deze apert verder te kweken.


Geen opmerkingen:
Een reactie posten