Krokusbollen bewaar je het best door ze na het drogen (na de bloei, als het loof geel is) schoon te maken en op een droge, koele en donkere plek te leggen. Verpak ze in ademend materiaal, zoals een papieren zak of kartonnen doos met krantenpapier, om rotten te voorkomen.
Haal de bollen uit de grond als het loof is afgestorven. Laat ze eerst goed drogen op een droge, luchtige plek, maar niet in de volle zon. Verwijder aarde en losse velletjes, maar was ze niet met water. Wikkel de bollen in krantenpapier of leg ze in een kartonnen doos (eventueel in laagjes met krantenpapier ertussen). Bewaar de doos op een donkere, koele en vorstvrije plaats, zoals een kelder, schuur of garage. Controleer de bollen af en toe op rot of uitdroging.
Krokusbollen kunnen over het algemeen ongeveer 4 maanden bewaard worden, wat goed uitkomt om ze in het najaar weer te planten. Krokussen zijn relatief winterhard, maar het rooien voorkomt dat ze te dicht op elkaar groeien.
In plaats van drogen en bewaren kun je de bollen ook direcht terugplaatsen. Wacht tot het loof geel/bruin is geworden en is afgestorven (ongeveer 6 weken na de bloei). Dan is de energie teruggegaan naar de bol. Je kunt de bollen ook direct na de bloei uitgraven en direct op de nieuwe plek terugzetten. Plant de bollen op een diepte van ongeveer 2x tot 3x de hoogte van de bol.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten