Daucus carota ook wel bekend als wilde peen. Een plant die bij mij in de tuin spontaan opdook. Ziet er fraai uit, dus lekker laten staan. Soms is het mooi om de natuur zijn gang te laten gaan. Het kan je in de tuin nogal eens verrassen.
De wilde peen is een prachtige, inheemse tweejarige schermbloem die de directe voorouder is van onze eetbare oranje wortel. De plant is zeer geliefd bij bestuivers en vormt een onmisbare schakel in de Nederlandse natuur.
Het heeft fijne, varenachtige bladeren en grote witte tot lichtroze bloemschermen. Vaak zit er in het exacte midden van het witte scherm één donkerpaars of zwart bloempje. Dit lijkt op een insect en lokt zo extra bestuivers. Na de bloei rollen de schermen zich naar binnen tot een kommetje, wat sprekend op een compact vogelnestje lijkt. Bij het fijnwrijven van het blad of de wortel komt een overduidelijke, typische worteltjesgeur vrij.
In het eerste jaar maakt de plant een bladrozet en slaat voeding op in de witte penwortel. Na de winterkou bloeit de plant in het tweede jaar van juni tot de herfst. Groeit het liefst op zonnige, droge tot matig vochtige en goed doorlatende grond. Je ziet ze veel in bermen, duinen en dijken. Het is de primaire waardplant voor de rups van de koninginnepage. Daarnaast trekken de bloemen wilde bijen, zweefvliegen en vlinders aan, terwijl vogels dol zijn op de harige zaden in de winter.
Knip in het najaar de uitgebloeide, bruine bloemschermen (bolletjes) af. Wrijf de zaden er boven een bakje uit en blaas het kaf (de lichte, harige restjes) weg. Laat de zaden nog een week narijpen en bewaar ze droog en donker in een papieren zakje. Natuurlijk laten we een groot gedeelte van de zaden zitten voor de vogels in de winter.
Wilde peen (Daucus carota) zaai je direct in de vollegrond tussen mei en september of in het vroege voorjaar, op een zonnige en open plek met matig voedselrijke, droge grond. Of je hebt gewoon mazzel en het komt spontaan in je tuin.


Geen opmerkingen:
Een reactie posten