Gazon : Leg graszoden voor een nieuw gazon. Steek onkruid uit. Zet de messen van de grasmaaimachine hoger. Houd het gras schoon. Geef een topdressing met zand.
Bomen en Struiken : Plant bladverliezende en groenblijvende struiken en bomen ( geen coniferen); bescherm ze op onbeschutte plaatsen met plastic en riet. Snoei coniferen. Neem winterstekken van alle struiken.
Rozen : Plant eind oktober. Neem stekken van botanische soorten, rambler en bepaalde trosrozen.
Vaste planten : Maak borders schoon, snoei planten terug en verwijder oude stengels en bladeren. Splits te groot geworden vaste planten na de bloei en plant ze elders. Zet vorstgevoelige planten binnen.
Tweejarige planten : Maak het planten van ver-geet-me-neitjes, muurbloemen, viooltjes, klokjes en duizendschoon af.
Bollen : Ga door met het planten van voorjaarsbloeiende bollen zoals sneeuwklokjes, Iris reticulata, dwergvormen van narcissen, krokus en sneeuwroem. Tulpen kunnen tot en met noember gezet worden. Splits te groot geworden leliebollen; knip de stengels af als ze beginnen te verwelken. Geef Duitse Lissen een mestgift. Knip de stengels van dahlia's en gladiolen af, haal de bollen uit de grond en bewaar ze op een vorstvrije plek.
Fruit : Begin met planten van nieuwe struiken en bomen. Neem winterstekken van kruisbessen.
Groente : Zaai nogmaals winterharde slasoorten. Dek wortels af die aan het eind van de zomerzijn gezaaid. Geef spruitkool en winterkolen mest. Pluk de laatste pronlbonen. Oogst de wortelen, koolrapen en meiknollen.
Keukenkruiden : Zaai onder glas kervel en zet munt in een pot voor een zonnig ventster.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten