zondag 27 september 2026

Polystichum


De Polystichum (in het Nederlands vaak naaldvaren of schildvaren genoemd) is een prachtige, weelderige varen die meestal als robuuste tuinplant bekendstaat, maar uitstekend geschikt is als kamerplant.

Met zijn fijne, matte tot diepgroene bladeren brengt deze sterke plant direct een natuurlijke, bosrijke sfeer in huis. Zet de plant op een plek met halfschaduw tot schaduw. Direct zonlicht moet absoluut vermeden worden, omdat dit de zachte bladeren onherstelbaar verschroeit of bruin laat kleuren. Een raam op het noorden of een donkerdere hoek in de kamer is ideaal.

Houd de potgrond constant licht vochtig, maar zorg dat de wortels niet in een laag water blijven staan (dit veroorzaakt wortelrot). Controleer de vochtigheid door je vinger 2 à 3 centimeter in de aarde te steken: voelt het droog, dan mag er weer water bij.

Als bosplant houdt de Polystichum van een matige tot hoge luchtvochtigheid (50-70%). Vooral in de winter, wanneer de verwarming aanstaat, droogt de lucht snel uit. Zet de plant daarom nooit direct naast een radiator en besproei de bladeren regelmatig met een plantenspuit. 

 Het is een 'low feeder', wat betekent dat de plant weinig extra voeding nodig heeft. Een lichte, universele kamerplantenvoeding in het voorjaar is ruim voldoende. Gebruik een humusrijke potgrond die goed water doorlaat. 

Vermijd koude tocht of de droge luchtstroom van een airconditioning. Dit kan de fijne bladsegmenten snel doen verdrogen. Goed nieuws voor bezitters van honden of katten; de meeste Polystichum-soorten zijn volledig veilig en niet giftig voor huisdieren.
  
 Oudere bladeren aan de onderkant kunnen op den duur lelijk of bruin worden. Deze kun je in het voorjaar gerust dicht bij de basis wegknippen om ruimte te maken voor frisse, nieuwe scheuten.





 

donderdag 17 september 2026

Amaranthus retroflexus


Amaranthus retroflexus, in het Nederlands bekend als papegaaienkruid (of soms teruggebogen amarant), is een robuuste, eenjarige plant uit de amarantenfamilie (Amaranthaceae). De plant is oorspronkelijk afkomstig uit Noord-Amerika, maar heeft zich als kosmopoliet wereldwijd verspreid. In Nederland en België komt de soort sinds de 19e eeuw algemeen voor, met name op open, zonnige en omgewerkte, voedselrijke gronden.

 De plant kan 20 tot 150 cm hoog worden. Hij heeft een dikke, rechtopstaande stengel die diep gegroefd is en dicht zilverwit behaard. De stengel verkleurt aan de basis vaak roodachtig.  De eivormige tot ruitvormige bladeren zijn dof groen, hebben een golvende rand en een behaarde bladsteel.  Van juli tot oktober bloeit de plant met onopvallende, witachtig-groene bloemen. Deze staan compact bij elkaar in een dikke, stekelige eindelingse pluim. Een enkele plant produceert duizenden kleine, glanzend zwarte tot donkerbruine zaden die tot wel 5 jaar kiemkrachtig blijven in de bodem. 

In de landbouw en in tuinen staat papegaaienkruid hoofdzakelijk bekend als een hardnekkig onkruid. Door zijn snelle groei en enorme zaadproductie kan hij snel braakliggende terreinen en akkers (zoals maïs- en bietivelden) koloniseren. Bovendien heeft de plant wereldwijd in diverse gebieden resistentie ontwikkeld tegen bepaalde herbiciden. 

Het effectief bestrijden van papegaaienkruid (Amaranthus retroflexus) vereist een gerichte en tijdige aanpak. Omdat het een eenjarig zaadonkruid is dat tot wel duizenden zaden per plant produceert, draait de hele strategie om één gouden regel: voorkom dat de plant in bloei staat en zaad vormt. Als de zaden eenmaal in de bodem terechtkomen, kunnen ze jarenlang blijven kiemen. 

Bij een kleinschalige invasie in borders of de moestuin is handmatig uittrekken de meest effectieve methode.  Trek de planten eruit zodra je ze herkent en ze nog klein zijn. Jonge planten hebben nog geen diep wortelstelsel en laten gemakkelijk los.   Droge grond houdt de wortels stevig vast. Wied bij voorkeur na een flinke regenbui of sproei de grond vooraf. Zorg dat je de centrale penwortel volledig meetrekt, zodat de plant niet opnieuw uitloopt.

 Schoffel regelmatig bij droog en zonnig weer. De losgeschoffelde zaailingen verdrogen dan snel in de zon.  Staan de planten al wat hoger en heb je geen tijd om ze te wieden? Maai of top de planten op circa 15 cm hoogte voordat de bloeipluimen verschijnen. Hoewel de stengel daarna opnieuw kan uitlopen, voorkom je hiermee in elk geval de directe zaadverspreiding. 

Papegaaienkruid is een typische pioniersplant; de zaden hebben licht en open warmte nodig om te ontkiemen. Je kunt dit biologisch tegengaan door de bodem simpelweg te bedekken.  Gebruik een dikke laag mulch, boomschors of houtsnippers (minimaal 5 tot 8 cm) in je borders.   Gooi bloeiende of vruchtdragende planten nooit op de composthoop. De meeste thuiscomposthuizen worden niet heet genoeg om de hardnekkige amarantzaden te vernietigen, waardoor je het onkruid later zelf weer over de tuin uitrijdt. Gooi ze bij het restafval.  Gebruik liever geen azijn, zout of bleekwater. Dit is schadelijk voor het bodemleven en verandert de zuurtegraad en het zoutgehalte van je grond permanent.


 

woensdag 16 september 2026

Epilobium hirsutum


Epilobium hirsutum, in het Nederlands bekend als het Harig wilgenroosje, is een algemeen voorkomende, vaste plant uit de teunisbloemfamilie (Onagraceae). De plant staat bekend om zijn weelderige groei, opvallende roze-paarse bloemen en zijn sterke voorkeur voor vochtige tot natte, voedselrijke bodems.

De plant kan 80 tot 180 centimeter hoog worden. Zowel de stengels als de langwerpige bladeren zijn dicht en zacht behaard met lange, afstaande haren. De bladranden zijn scherp gezaagd.  Van juni tot en met september bloeit de plant met grote, helderroze tot magenta bloemen van 1,5 tot 3 centimeter breed. De bloem heeft vier ingesneden kroonbladen en een opvallende, vierspletige witte stempel. Na de bloei ontstaan er vierkante doosvruchten. Wanneer deze openspringen, komen er talloze zaden vrij die dankzij een harig pluisje (parachuteprincipe) gemakkelijk door de wind worden verspreid. Ondergronds verspreidt de plant zich snel via vlezige uitlopers en wortelstokken.

Het Harig wilgenroosje groeit het best op zonnige tot halfschaduwrijke plekken. De plant is erg insectvriendelijk en trekt veel bijen, hommels en zweefvliegen aan. Daarnaast is het een belangrijke waardplant voor verschillende rupsen en motten, waaronder de opvallende rups van het groot avondrood.

Het Harig wilgenroosje (Epilobium hirsutum) kan enorm woekeren. Als de plant eenmaal in een tuin staat, breidt hij zich in een razend tempo uit.  Dit doet de plant op twee zeer effectieve manieren: Ondergronds: De plant vormt lange, vlezige, witte wortelstokken (uitlopers). Hieruit schieten in het voorjaar overal omheen nieuwe planten omhoog. Zelfs uit een klein achtergebleven stukje wortel kan weer een nieuwe plant groeien.  Na de bloei produceert de plant duizenden lichte zaden met zaadpluis. De wind blaast deze zaden met gemak door de hele tuin (en die van de buren), waardoor ze zich overal uitzaaien.

Als je de plant toch in de tuin wilt houden vanwege de mooie bloemen en de waarde voor vlinders, kun je het volgende doen: Plant hem in een pot of wortelbegrenzer: Zet de plant in een grote kuip of graaf hem in met een stevige wortelbegrenzer (bamboefolie) om de ondergrondse uitlopers tegen te houden. Snoei de bloemen tijdig weg: Knip de bloemstengels direct na de bloei af, voordat de zaaddozen openspringen en pluizig worden. Dit voorkomt dat de hele buurt volwaait met zaden. Regelmatig wieden: Trek ongewenste jonge planten in het voorjaar direct met wortel en al uit de grond. Omdat de wortels in zachte, vochtige grond zitten, gaat dit meestal vrij gemakkelijk.


 

dinsdag 15 september 2026

Peperomia obtusifolia


De Peperomia obtusifolia, in het Nederlands ook wel de baby rubberplant of krokodillentranen genoemd, is een populaire en compacte kamerplant. Ze valt op door haar dikke, vlezige en glanzende bladeren die veel water kunnen vasthouden. Omdat de plant weinig eisen stelt en semi-succulent is, is ze uitermate geschikt voor zowel beginners als mensen met een drukke levensstijl.

 Gek op matig tot helder, indirect zonlicht. Te veel direct zonlicht kan de bladeren verbranden, terwijl te weinig licht (vooral bij bonte varianten) ervoor zorgt dat de bladtekening vervaagt. 

De dikke bladeren slaan water op. Laat de potgrond tussen de gietbeurten door bijna volledig opdrogen om wortelrot te voorkomen. Groeit het best in een luchtige, goed doorlatende potgrond, bijvoorbeeld een mix van standaard potgrond met extra perliet of kokosvezel.  Goed nieuws voor dierenvrienden! De Peperomia obtusifolia is volledig veilig en niet-giftig voor katten en honden. 

Peperomia obtusifolia (de peperbol of lepelplant) het beste snoeien in het voorjaar als je de plant voller of compacter wilt maken. Snoeien is niet verplicht voor de gezondheid van de plant, maar helpt wel tegen lange, slungelige stengels. 

Pak een scherpe snoeischaar of een scherp mes en maak dit vooraf goed schoon om bacteriën te voorkomen.  Snijd of knip de lange stengels net boven een bladknoop af. Dit is het punt waar de bladeren aan de stengel vastzitten. Vanuit deze knoop gaat de plant straks weer nieuwe takken vormen, waardoor hij voller wordt.    Je kunt meteen dode, gele of beschadigde bladeren wegknippen door ze dicht bij de stengel af te snijden. 
minder water in de eerste weken na de snoeibeurt. Omdat de plant minder bladeren heeft, verbruikt hij ook minder vocht. Zodra je nieuwe groei ziet ontstaan, kun je weer de normale hoeveelheid water geven. 

Je kunt een Peperomia obtusifolia heel eenvoudig stekken door een blad met een steeltje af te snijden en in water of potgrond te zetten.  Start in de lente of de zomer, wanneer de plant groeit.  Op water: Zet het steeltje in een glas water. Zorg dat het blad zelf het water niet raakt. Zet het glas op een lichte plek zonder direct zonlicht. Ververs het water regelmatig. Wacht tot er wortels van een paar centimeter groeien en plant de stek dan in potgrond.  Doop het steeltje eventueel in stekpoeder en zet de stek direct in stekgrond of luchtige potgrond. Houd de aarde licht vochtig.  Het kan enkele weken tot wel zes weken duren voordat de eerste wortels of nieuwe scheuten ontstaan.




 

vrijdag 11 september 2026

Verplanten jongen scheuten Trachycarpus Fortunei


Het verplanten van jonge scheuten van de Trachycarpus fortunei (Waaierpalm) is het meest succesvol in het voorjaar (april/mei) of de vroege zomer, omdat de bodem dan opwarmt en de palm snel nieuwe wortels kan aanmaken.Jonge zaailingen of scheuten zijn kwetsbaar, maar met de juiste aanpak overleven ze de verhuizing prima. 

Kies een bewolkte dag of werk in de schaduw om uitdroging van de wortels te voorkomen.  Zorg voor een nieuwe pot met gaten onderin (voor goede afwatering) of een geschikte plek in de volle grond. 
Steek de grond ruim rondom de jonge scheut recht naar beneden af om de wortels niet te beschadigen. Haal de scheut met een zo groot mogelijke kluit aarde omhoog. Gebruik goed doorlatende grond. Meng universele potgrond met een flinke schep mediterraan substraat, hydrokorrels of grof zand. Palmen haten natte voeten; te veel vocht zorgt voor wortelrot. 

Plant de scheut exact even diep als hij voorheen stond. Als je de palm te diep plant, kan de groeipunt (het hart) gaan rotten.Druk de grond rondom de stam stevig (maar voorzichtig) aan. Geef direct na het verplanten ruim water zodat de grond goed aansluit op de wortels.Zet een verplante palm in een pot de eerste paar weken in de halfschaduw, niet direct in de felle zon. Zo kan de plant rustig herstellen.
Omdat de jonge scheuten momenteel in de volle grond staan, is de kans groot dat het gaat om zaailingen die zijn opgekomen uit gevallen zaden van een vrouwelijke palmboom.Bij het verplanten vanuit de volle grond is de belangrijkste uitdaging de penwortel. Jonge Trachycarpus-palmen maken al snel een diepe hoofdwortel aan. Als je deze beschadigt, krijgt de plant het erg moeilijk. 

Aangezien het nu september is, is het verplanten in de volle grond buiten iets riskanter dan in het voorjaar. De herfst en winter staan voor de deur, waardoor de palm minder tijd heeft om voor de kou nieuwe wortels te maken.Als je de scheuten nu móét verplaatsen, is het vaak veiliger om ze eerst op te potten en vorstvrij te laten overwinteren, zodat je ze in mei definitief in de tuin kunt planten.
Het opkweken van je eigen Trachycarpus fortunei zaailingen uit de volle grond naar volwassen palmen kost wat geduld, maar is ontzettend deeltijd en succesvol als je ze nu de juiste start geeft. 

Kies een diepe pot (rozenpot): Palmen maken diepe wortels. Kies daarom voor een relatief diepe, smalle pot in plaats van een brede, ondiepe schaal. Zorg absoluut voor gaten onderin.De juiste grondmix: Meng gewone potgrond met zo'n 25% tot 30% grof zand, perliet of hydrokorrels. Dit zorgt ervoor dat overtollig water snel wegloopt en voorkomt wortelrot.De winter doorkomen: Zet de potten deze herfst en winter op een lichte, koele maar vorstvrije plek (bijvoorbeeld een onverwarmde kamer, een lichte schuur of een kas). Geef in de winter heel matig water; de grond mag licht vochtig blijven, maar absoluut niet nat.

De eerste 2 tot 3 jaar (De 'jeugdfase'): In het begin zien de blaadjes er nog uit als dikke grassprieten of gespleten speren. Pas na een paar jaar begint de palm de karakteristieke, waaiervormige bladeren te maken.Vanaf jaar 4-5: Zodra de palm een klein stammetje begint te vormen, gaat de groei ineens een stuk sneller. In de volle grond kan een Trachycarpus uiteindelijk zo'n 15 tot 30 centimeter stam per jaar aanmaken, maar in een pot groeit hij altijd iets trager. 

Zodra het buiten in mei (na IJsheiligen) niet meer vriest, mogen de potten naar buiten. Zet ze eerst in de halfschaduw om bladverbranding te voorkomen. Geef ze tijdens het groeiseizoen (mei t/m augustus) regelmatig water en een klein beetje speciale palmenvoeding. Verpot ze elke 2 jaar naar een net iets grotere pot om de wortels de ruimte te geven.





 

Anemone hupehensis


De Anemone hupehensis, beter bekend als de herfstanemoon of Chinese anemoon, is een sterke, rijkbloeiende vaste plant uit de ranonkelfamilie. Deze plant brengt kleur in de tuin op het moment dat de meeste zomervaste planten al over hun hoogtepunt heen zijn. 

De bloeiperiode is van Augustus tot en met oktober. Komvormige bloemen in tinten van zachtroze tot purperroze en wit, altijd voorzien van een opvallend, stralend geel hart. Afhankelijk van de cultivar worden de bloemstengels 70 tot 100 cm hoog. Het compacte, donkergroene blad blijft lager bij de grond (circa 40 cm).  De plant is volledig winterhard, al verliezen ze in de winter hun blad.

 De herfstanemoon gedijt het beste in de halfschaduw of op een plek met gefilterd zonlicht. Volle zon kan ook, mits de bodem voldoende vochtig blijft.  Plant ze in humusrijke, goed doorlatende grond die niet snel uitdroogt. Het is een zeer onderhoudsvriendelijke plant. Knip de uitgebloeide stengels en het dode blad in het late najaar of juist in het vroege voorjaar weg. Jonge planten kunnen bij strenge vorst wat bescherming gebruiken.  Gemiddeld plant je er 5 tot 7 stuks per vierkante meter voor een mooi dekkend resultaat.


 

woensdag 9 september 2026

Begonia × tuberhybrida


De Begonia × tuberhybrida (beter bekend als de knolbegonia) is een populaire, rijkbloeiende zomerplant die geliefd is om zijn grote, waxy bloemen in felle kleuren zoals rood, roze, geel, oranje en wit. Deze hybride plant bloeit onafgebroken van de vroege zomer tot de eerste nachtvorst. 
 De knolbegonia staat het liefst in de halfschaduw tot schaduw. Te veel felle middagzon kan de bladeren en bloemblaadjes verbranden.  Houd de grond constant licht vochtig, maar zorg voor een goede afwatering. De knollen zijn gevoelig voor wortelrot als ze te nat staan.

Omdat het uitbundige bloeiers zijn, hebben ze tijdens het groeiseizoen regelmatig behoefte aan vloeibare plantenvoeding (bijvoorbeeld eens per twee tot vier weken).   Veel moderne soorten verliezen hun uitgebloeide bloemen vanzelf. Handmatig de dode bloemen weghalen stimuleert echter de aanmaak van nieuwe knoppen. 

De Begonia × tuberhybrida is absoluut niet winterhard. Zodra in het najaar de eerste nachtvorst dreigt, sterven de bovengrondse delen af. Om de plant het volgende jaar weer te kunnen gebruiken, moeten de knollen worden overgehouden. 

Graaf de knollen voor de strenge vorst op of haal de potten naar binnen. Snijd de stengels kort af en laat de knollen goed drogen. Bewaar de knollen gedurende de winter op een droge, koele en vorstvrije plek (bijvoorbeeld in een laagje droge turfmolm of krantenpapier).  Vanaf april kunnen de knollen binnenshuis weer worden voorgetrokken in potjes, waarna ze in mei (na IJsheiligen) naar buiten mogen
Door begoniaknollen binnenshuis voortrekken (wakker schudden), geef je ze een flinke voorsprong. Ze zullen in de zomer weken eerder en uitbundiger bloeien. Begin met het voortrekken in maart of begin april. Dit is het ideale moment om de knollen binnen of in een warme kas tot leven te wekken. Bekijk de knol goed. De knol heeft een holle (ingedeukte) kant en een bolle kant. De holle kant is de bovenkant; hier komen straks de nieuwe scheuten uit. Soms zie je hier al kleine, roze neusjes (groeipunten) verschijnen. 

Vul een ondiepe plantenbak, zaaibak of kleine potjes met luchtige, goed drainerende potgrond. Leg de knollen met de holle kant naar boven op de aarde. Druk ze voorzichtig aan en bedek ze met een dun laagje grond (ongeveer 2 tot 3 centimeter).  Zet de potten op een warme, lichte plek bij een temperatuur van minimaal 18 °C, bijvoorbeeld in de vensterbank of een verwarmde kas. Vermijd in dit stadium felle, directe middagzon. Geef direct na het planten een klein beetje water. Houd de grond daarna constant licht vochtig, maar pas op dat het niet kletsnat wordt om wortelrot te voorkomen. 

Zodra de eerste groene bladeren goed zichtbaar zijn en de planten groter groeien, kun je ze eventueel verpotten naar hun uiteindelijke grotere bloempot of balkonbak gevuld met verse, voedingsrijke grond. De voorgetrokken begonia’s zijn binnen zacht geworden en kunnen absoluut niet tegen nachtvorst. Pas half mei (na IJsheiligen) mogen ze definitief naar buiten. Laat de planten eerst een paar dagen buiten 'afharden' door ze overdag op een beschutte, schaduwrijke plek te zetten en 's nachts nog even binnen te halen. Hierdoor went het jonge blad aan de buitentemperatuur en wind zonder te verbranden.




 

zondag 6 september 2026

Chelone obliqua


De schildpadbloem is een sterke en opvallende vaste plant die zijn naam dankt aan de unieke bloemen die lijken op de kop van een schildpad. In de tuinwereld worden er meestal twee verschillende plantengeslachten met deze Nederlandse naam aangeduid: de Chelone (de 'echte' schildpadbloem) en de Penstemon (vaak slangenkop genoemd, maar soms ook schildpadbloem).

De bloeiperiode is van Juli tot en met september. Juist wanneer veel andere zomerbloeiers uitgebloeid raken, brengt deze plant kleur in de herfstborder.  De kleuren zijn Meestal lilaroze of helderroze, maar er bestaat ook een prachtige witte variant (Chelone obliqua 'Alba'). De plant groeit met stevige, rechtopstaande stengels tot zo'n 70 tot 90 centimeter hoog.  De plant is volledig winterhard (tot wel -35 °C), maar verliest in de winter zijn blad.

De schildpadbloem is een gemakkelijke plant die weinig onderhoud vraagt. Hij staat het liefst in de halfschaduw of zon. Als de plant in de volle zon staat, moet de grond wel constant vochtig blijven.  De plant houdt van een vochtige, voedselrijke grond. Hij doet het ook uitstekend op zwaardere grondsoorten (zoals leem of klei) en langs de rand van een vijver of wadi. Knip de oude, uitgebloeide stengels pas aan het einde van de winter (maart) af. De dode stengels geven in de winter namelijk nog een mooi wintersilhouet aan de tuin. 

De schildpadbloem is een fantastische plant voor biodiversiteit; hij trekt volop bijen, hommels en vlinders aan. Daarnaast zijn de stevige stengels erg goed te gebruiken als snijbloem voor in een vaas. 
Let op bij het verzamelen van zaad: de zaadhuid kan bij sommige mensen huidirritatie veroorzaken, dus het dragen van handschoenen is raadzaam. 


 

zaterdag 5 september 2026

Lobularia maritima


Lobularia maritima, in het Nederlands bekend als zilverschildzaad of sneeuwkleed (en vaak nog aangeduid met de oude botanische naam Alyssum), is een populaire, laagblijvende perkplant uit de kruisbloemenfamilie. De plant staat bekend om haar overweldigende, tapijtvormende bloei en heerlijke, honingzoete geur. 

 Zeer compacte bodembedekker die zo'n 10 tot 30 centimeter hoog wordt. De plant vormt snel een dicht kussen of bloementapijt.  De bloeiperiode is extreem langdurig, van mei tot ver in de herfst.  Talloze kleine bloemetjes die in dichte trossen groeien. Hoewel helderwit ('Sneeuwtapijt') de bekendste variant is, zijn er ook roze, violette en dieppaarse cultivars. De bloemen verspreiden een sterke honiggeur die bijen, zweefvliegen en vlinders in grote getale aantrekt.

De plant verlangt een plek in de volle zon tot lichte halfschaduw voor een optimale bloei. Groeit het beste op een goed doorlatende, matig vruchtbare grond. Te natte voeten moeten worden voorkomen.   Ideaal als randbeplanting in borders, in rotstuinen, tussen plaveisel of hangend over de rand van bloembakken en hanging baskets. : Wordt de bloei in de zomer wat minder? Knip de plant dan gerust met een schaar voor de helft terug. Ze loopt snel weer uit en start een tweede gulle bloeigolf. 

Hoewel sneeuwkleed zich in milde winters als een kortlevende vaste plant kan gedragen, wordt het in Nederland en België meestal als eenjarige plant gekweekt.  Het voorzaaien vanaf half maart tot april onder glas of binnenshuis. Direct in de volle grond vanaf medio april tot juni. De zaden zijn lichtkiemers. Dit betekent dat je ze na het uitstrooien alleen licht moet aandrukken, maar niet mag afdekken met aarde.


 

vrijdag 4 september 2026

Chlorophytum comosum


Chlorophytum comosum staat ook wel bekend als graslelie. De graslelie is een van de makkelijkste en meest populaire kamerplanten. Ze staat bekend om haar frisse, groen-witte sprieten en haar sterke luchtzuiverende werking. Bovendien maakt de plant al snel vrolijke 'babyplantjes' aan die aan lange stengels naar beneden hangen.

De graslelie staat het liefst op een lichte tot halfschaduwrijke plek. Vermijd felle, directe middagzon, want die kan de bladeren verbranden. Hoe lichter de plant staat, hoe duidelijker de witte strepen op het blad worden. 

Kamertemperatuur is ideaal (18-24 °C), maar de plant overleeft ook prima in koelere ruimtes (tot circa 10 °C). Geef in de lente en zomer gemiddeld twee keer per week water. De grond mag constant licht vochtig blijven, maar voorkom dat de wortels in een laag water blijven staan (dit veroorzaakt wortelrot). In de winter verbruikt de plant minder water en volstaat één keer per week.

De graslelie vindt het heerlijk om af en toe besproeid te worden met een plantenspuit. Dit voorkomt droge, bruine bladpunten. Geef tijdens het groeiseizoen (lente en zomer) eens in de twee tot vier weken een klein beetje universele vloeibare plantenvoeding. 

De graslelie is ontzettend makkelijk te stekken. Zodra de hangende babyplantjes eigen luchtworteltjes beginnen te vormen, kun je ze voorzichtig losknippen van de moederplant. Zet het stekje in een glaasje water tot de wortels een paar centimeter lang zijn, of plant het direct in een klein potje met vochtige potgrond. 

 De graslelie is niet giftig voor honden en katten. Let wel op: katten vinden de sprietachtige bladeren erg aantrekkelijk om mee te spelen of op te kauwen (het heeft een vergelijkbaar effect als kattengras), wat kan leiden tot milde maagklachten als ze er te veel van eten.


 

Gladiolus callianthus

Gladiolus callianthus, beter bekend als de Abessijnse gladiool of Acidanthera murielae, is een elegante, zomerbloeiende knolplant uit de lis...