woensdag 9 september 2026

Begonia × tuberhybrida


De Begonia × tuberhybrida (beter bekend als de knolbegonia) is een populaire, rijkbloeiende zomerplant die geliefd is om zijn grote, waxy bloemen in felle kleuren zoals rood, roze, geel, oranje en wit. Deze hybride plant bloeit onafgebroken van de vroege zomer tot de eerste nachtvorst. 
 De knolbegonia staat het liefst in de halfschaduw tot schaduw. Te veel felle middagzon kan de bladeren en bloemblaadjes verbranden.  Houd de grond constant licht vochtig, maar zorg voor een goede afwatering. De knollen zijn gevoelig voor wortelrot als ze te nat staan.

Omdat het uitbundige bloeiers zijn, hebben ze tijdens het groeiseizoen regelmatig behoefte aan vloeibare plantenvoeding (bijvoorbeeld eens per twee tot vier weken).   Veel moderne soorten verliezen hun uitgebloeide bloemen vanzelf. Handmatig de dode bloemen weghalen stimuleert echter de aanmaak van nieuwe knoppen. 

De Begonia × tuberhybrida is absoluut niet winterhard. Zodra in het najaar de eerste nachtvorst dreigt, sterven de bovengrondse delen af. Om de plant het volgende jaar weer te kunnen gebruiken, moeten de knollen worden overgehouden. 

Graaf de knollen voor de strenge vorst op of haal de potten naar binnen. Snijd de stengels kort af en laat de knollen goed drogen. Bewaar de knollen gedurende de winter op een droge, koele en vorstvrije plek (bijvoorbeeld in een laagje droge turfmolm of krantenpapier).  Vanaf april kunnen de knollen binnenshuis weer worden voorgetrokken in potjes, waarna ze in mei (na IJsheiligen) naar buiten mogen
Door begoniaknollen binnenshuis voortrekken (wakker schudden), geef je ze een flinke voorsprong. Ze zullen in de zomer weken eerder en uitbundiger bloeien. Begin met het voortrekken in maart of begin april. Dit is het ideale moment om de knollen binnen of in een warme kas tot leven te wekken. Bekijk de knol goed. De knol heeft een holle (ingedeukte) kant en een bolle kant. De holle kant is de bovenkant; hier komen straks de nieuwe scheuten uit. Soms zie je hier al kleine, roze neusjes (groeipunten) verschijnen. 

Vul een ondiepe plantenbak, zaaibak of kleine potjes met luchtige, goed drainerende potgrond. Leg de knollen met de holle kant naar boven op de aarde. Druk ze voorzichtig aan en bedek ze met een dun laagje grond (ongeveer 2 tot 3 centimeter).  Zet de potten op een warme, lichte plek bij een temperatuur van minimaal 18 °C, bijvoorbeeld in de vensterbank of een verwarmde kas. Vermijd in dit stadium felle, directe middagzon. Geef direct na het planten een klein beetje water. Houd de grond daarna constant licht vochtig, maar pas op dat het niet kletsnat wordt om wortelrot te voorkomen. 

Zodra de eerste groene bladeren goed zichtbaar zijn en de planten groter groeien, kun je ze eventueel verpotten naar hun uiteindelijke grotere bloempot of balkonbak gevuld met verse, voedingsrijke grond. De voorgetrokken begonia’s zijn binnen zacht geworden en kunnen absoluut niet tegen nachtvorst. Pas half mei (na IJsheiligen) mogen ze definitief naar buiten. Laat de planten eerst een paar dagen buiten 'afharden' door ze overdag op een beschutte, schaduwrijke plek te zetten en 's nachts nog even binnen te halen. Hierdoor went het jonge blad aan de buitentemperatuur en wind zonder te verbranden.




 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Gladiolus callianthus

Gladiolus callianthus, beter bekend als de Abessijnse gladiool of Acidanthera murielae, is een elegante, zomerbloeiende knolplant uit de lis...